Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gemachtigde: J.E. Eshuis,
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De feiten
3.Het geschil
Beoordeling van het geschil
Rechtbank Overijssel
Eiser, een ondernemer gevestigd aan de Grotestraat in Almelo, kreeg een aanslag reclamebelasting opgelegd voor 2014. De heffing was beperkt tot het centrumgebied van Almelo, verdeeld in gebieden A en B, waarbij verschillende tarieven gelden. Eiser betwistte de aanslag omdat hij geen profijt zou hebben van de activiteiten gefinancierd uit de reclamebelasting, die vooral in andere delen van de binnenstad plaatsvinden.
De rechtbank stelde vast dat de gemeente Almelo op grond van de Gemeentewet reclamebelasting mag heffen en deze geografisch mag beperken mits er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. De heffingsambtenaar moest aannemelijk maken dat de opbrengsten daadwerkelijk ten goede komen aan het gebied waar de belasting wordt geheven.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat ondernemers in gebied B, waar eiser gevestigd is, meer profijt hebben van de activiteiten dan ondernemers buiten dat gebied. Ook was niet gebleken van substantiële activiteiten of voorzieningen in dat deel van de Grotestraat die met de opbrengst worden gefinancierd, behalve twee snoeren sfeerverlichting. De stelling dat dit deel van de Grotestraat een aanloopstraat is of onder de Detailhandel structuurvisie valt, werd niet overtuigend onderbouwd.
Daarom werd de aanslag vernietigd en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat een geografische beperking van belastingheffing objectief en redelijk moet worden gerechtvaardigd en dat de belastingplichtige moet kunnen profiteren van de bestedingen.
Uitkomst: De aanslag reclamebelasting 2014 wordt vernietigd wegens ontbreken van objectieve en redelijke rechtvaardiging van de geografische beperking.