ECLI:NL:RBOVE:2013:BZ8542
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verspreiding privéfilmpje via WhatsApp
De verdachte werd beschuldigd van het verspreiden van een privéfilmpje met seksuele handelingen van zijn toenmalige vriendin via WhatsApp, wat zou neerkomen op smaadschrift of subsidiair belediging. Het filmpje werd door verdachte aan één persoon gestuurd met de uitdrukkelijke instructie het niet verder te verspreiden. Daarna verspreidde die persoon het filmpje verder zonder medeweten van verdachte.
De officier van justitie vorderde een taakstraf wegens smaadschrift en een schadevergoeding voor het slachtoffer. De politierechter stelde vast dat het versturen van het filmpje naar slechts één persoon met het verzoek tot geheimhouding niet kan worden aangemerkt als het kennelijk doel om ruchtbaarheid te geven of als een openbare belediging.
Op basis van deze feiten achtte de rechtbank het primair en subsidiair tenlastegelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat het versturen van het privéfilmpje aan één persoon met het verzoek tot geheimhouding geen smaadschrift of openbare belediging opleverde.