ECLI:NL:RBONE:2013:BZ3617
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering inzage en afschrift conservatoir bewijsbeslag wegens gebrek aan bepaaldheid en rechtmatig belang
In deze zaak vordert eiseres op grond van artikel 843a Rv inzage en afschrift van onder verweerders gelegde conservatoir bewijsbeslagen. Eiseres stelt dat de bescheiden nodig zijn om haar vorderingen in de hoofdzaak nader te concretiseren, waarbij sprake zou zijn van onrechtmatig handelen door verweerders.
De rechtbank overweegt dat aan drie cumulatieve eisen moet worden voldaan voor toewijzing: bepaalde bescheiden, rechtmatig belang en een rechtsbetrekking waarin eiser partij is. De gevorderde bescheiden zijn echter onvoldoende bepaald, omdat niet is aangegeven welke gegevens op de in beslag genomen gegevensdragers afschrift of inzage gewenst is. Ook ontbreekt een concreet onderscheid naar tijdsperiode, vorm, inhoud en relevantie.
Daarnaast is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres rechtmatig belang heeft bij inzage in alle gevorderde bescheiden, waaronder volledige bedrijfsadministraties en gegevens van derden. De rechtbank kwalificeert de vordering als een ontoelaatbare 'fishing expedition'. De incidentele vordering wordt daarom afgewezen. De reconventionele vordering tot opheffing van het beslag wordt eveneens afgewezen, omdat onvoldoende concreet is onderbouwd dat het beslag onrechtmatig is gelegd. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot afgifte of inzage van het conservatoir bewijsbeslag af wegens gebrek aan bepaaldheid en rechtmatig belang en compenseert de proceskosten.