ECLI:NL:RBOBR:2026:928
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering huurtoeslag wegens minimale overschrijding vermogensgrens niet onredelijk
De Dienst Toeslagen heeft de huurtoeslag van eiser over 2023 definitief vastgesteld op nul vanwege een vermogen van €33.844, dat de wettelijke grens van €33.748 overschrijdt. Hierdoor moet eiser €2.818 terugbetalen, wat hij betwistte met bezwaar en beroep.
Eiser voerde aan dat hij het vermogen had opgebouwd voor noodzakelijke uitgaven zoals medische kosten, energiekosten en woningisolatie, en dat hij slechts AOW-inkomen heeft. Ook wees hij op zijn beperkte taalvaardigheid en de geringe overschrijding van €96. De rechtbank oordeelt dat de wetgever de vermogensgrens stelt en dat de rechter deze niet mag oprekken, ook niet bij minimale overschrijding.
De rechtbank stelt dat het vermogen van eiser juist is vastgesteld en dat het feit dat hij sober leeft en het geld voor noodzakelijke uitgaven wil gebruiken, geen reden is om de terugvordering te matigen. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat terugvordering onevenredig is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst op de mogelijkheid van een betalingsregeling en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de terugvordering van te veel ontvangen huurtoeslag wegens minimale overschrijding van de vermogensgrens.