Eiser heeft op 30 december 2024 een aanvraag ingediend voor individuele inkomenstoeslag, welke door het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven op 6 januari 2025 is afgewezen. Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar ongegrond op 21 mei 2025. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het inkomen van eiser gedurende de referteperiode hoger is dan 103% van de toepasselijke bijstandsnorm, waardoor hij niet voldoet aan het vereiste van een langdurig laag inkomen zoals bedoeld in artikel 3.18 van de Verordening Sociaal Domein Eindhoven. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel wordt verworpen omdat het college een buitenwettelijk begunstigend beleid hanteert dat consistent wordt toegepast.
Ook de hardheidsclausule wordt niet toegepast omdat er geen onbillijkheid van overwegende aard is vastgesteld. De rechtbank concludeert dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.