ECLI:NL:CRVB:2016:472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing individuele inkomenstoeslag wegens overschrijding inkomensnorm en verblijf partner buiten Nederland
Appellant, die een arbeidsongeschiktheidsuitkering en aanvullend pensioen ontvangt, vroeg samen met zijn partner een individuele inkomenstoeslag aan op grond van de Participatiewet. Het college wees de aanvraag af omdat de partner pas sinds september 2014 in Nederland woont, waardoor appellant niet voldeed aan de eis van 36 maanden inkomen onder 110% van het bijstandsniveau.
Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard, waarbij het college de grondslag wijzigde en stelde dat het inkomen van appellant hoger was dan 110% van de norm voor een alleenstaande. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep voerde appellant aan dat de betaalde alimentatie aan zijn ex-echtgenote ten onrechte niet in aanmerking was genomen bij de inkomensbepaling.
De Raad oordeelde dat volgens vaste rechtspraak bijzondere kosten zoals alimentatie niet in mindering worden gebracht bij de vaststelling van het inkomen voor de individuele inkomenstoeslag. Ook werd bevestigd dat vanwege het verblijf van de partner buiten Nederland de norm voor een alleenstaande geldt en dat het inkomen van appellant deze norm overschrijdt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor de individuele inkomenstoeslag wordt afgewezen omdat het inkomen hoger is dan 110% van de norm en de partner niet lang genoeg in Nederland verbleef.