ECLI:NL:RBOBR:2026:5000

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
SHE 25/3131
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1a:1 WajongArt. 2.4 WajongArt. 1a Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Wajong-uitkering wegens voldoende arbeidsvermogen

Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV is afgewezen op grond van het oordeel dat zij beschikt over arbeidsvermogen. De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen deze afwijzing behandeld en beoordeeld aan de hand van de rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen.

De rechtbank concludeert dat eiseres in staat is om ten minste één uur aaneengesloten te werken en ten minste vier uur per dag belastbaar is, ook al erkent zij beperkingen zoals vermoeidheidsklachten en concentratieproblemen. De medische en arbeidskundige rapportages zijn zorgvuldig en voldoende gemotiveerd, en de stellingen van eiseres over haar beperkingen zijn onvoldoende onderbouwd om het oordeel van het UWV te weerleggen.

Daarnaast beschikt eiseres over basale werknemersvaardigheden en kan zij de geselecteerde taak uitvoeren, ondanks haar beperkingen. De rechtbank wijst het verzoek af om een onafhankelijke deskundige aan te stellen en bevestigt dat de strenge voorwaarden voor het verkrijgen van een Wajong-uitkering niet zijn vervuld.

Het beroep wordt ongegrond verklaard, de afwijzing van de aanvraag blijft in stand, en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat eiseres voldoende arbeidsvermogen bezit.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 25/3131

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. L. Boon),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: E.A.M. Vervoort).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet arbeidsgeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag in stand kan blijven. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Het UWV heeft met het besluit van 10 september 2024 de aanvraag van eiseres voor een Wajong-uitkering afgewezen.
2.1.
Eiseres is tegen dit besluit in bezwaar gegaan. Met het besluit van 24 oktober 2025 (het bestreden besluit) is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.2.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, vergezeld door haar schoonmoeder [naam] , de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV deelgenomen.

Relevante feiten en omstandigheden

3. Eiseres is geboren op [geboortedag] 2003 en bereikte dus op 23 augustus 2021 de leeftijd van achttien jaar. Zij heeft op 30 maart 2024 een formulier beoordeling arbeidsvermogen bij het UWV ingediend, met daarin een aanvraag voor een Wajong-uitkering. Het UWV heeft vervolgens een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidsdeskundig onderzoek verricht. Dat onderzoek heeft geleid tot de besluiten vermeld onder het kopje ‘Procesverloop’.

Beoordeling door de rechtbank

De standpunten van partijen
4. Het UWV heeft beoordeeld of eiseres op haar 18e levensjaar en de periode daarna arbeidsvermogen heeft. Dit is het geval, want het UWV heeft vastgesteld dat eiseres beschikt over basale werknemersvaardigheden en een taak binnen een arbeidsorganisatie kan uitvoeren. Daarnaast kan eiseres ten minste één uur aaneengesloten werken en is zij ten minste vier uur per dag belastbaar. Het UWV verwijst ter onderbouwing daarvan naar de rapportages van de verzekeringsartsen en de arbeidsdeskundigen.
5. Eiseres is het hier niet mee eens; zij vindt dat zij recht heeft op een Wajong-uitkering. Eiseres voert aan dat zij niet vier uur per dag en één uur aaneengesloten belastbaar is. Ook beschikt zij niet over basale werknemersvaardigheden en is zij niet in staat om de door de arbeidsdeskundige geselecteerde taak uit te voeren. Tevens is het bestreden besluit genomen in strijd met het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, aldus eiseres.
De regels die gelden voor het toekennen van een Wajong-uitkering
6. Om een Wajong-uitkering te kunnen krijgen moet de aanvrager geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) hebben. Ook moet dat arbeidsvermogen duurzaam ontbreken. [1] Duurzaam betekent dat er geen mogelijkheden zijn om arbeidsvermogen te ontwikkelen.
6.1.
De aanvrager heeft geen arbeidsvermogen als hij: [2]
( a) geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
( b) niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
( c) niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur, of;
( d) niet ten minste vier uur per dag belastbaar is.
De beoordeling van het arbeidsvermogen is gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek.
De zorgvuldigheid van het medisch onderzoek
7. Eiseres voert in zijn algemeenheid aan dat het onderzoek van het UWV onzorgvuldig is geweest. De rechtbank heeft geen aanleiding voor het oordeel dat het onderzoek van het UWV onvoldoende zorgvuldig is geweest gelet op de totstandkoming en de inhoud van de rapporten van de verzekeringsartsen. De verzekeringsartsen hebben duidelijk, begrijpelijk en zonder tegenstrijdigheden uitgelegd hoe zij tot hun beoordeling zijn gekomen.
De voorwaarden voor arbeidsvermogen
Eén uur aaneengesloten werken
8. Eiseres stelt dat zij niet ten minste één uur aaneengesloten kan werken. Door haar ernstige vermoeidheidsklachten en concentratieproblemen kan zij zich geen uur lang focussen. Tevens is sprake van chronische hoofdpijn en wanneer ze wordt afgeleid, lukt het haar niet om daarna de taak opnieuw op te pakken.
8.1.
De primaire verzekeringsarts heeft in zijn rapportage van 2 juli 2024 toegelicht dat eiseres over voldoende zelfstandigheid en inzicht beschikt om zonder enige vorm van aansturen of begeleiding gedurende tenminste één uur aaneensluitend te kunnen werken, zolang zij precies weet wat ze moet doen en er geen sprake is van interactie met derden. De verzekeringsarts B&B sluit zich hierbij aan in de rapportage van 14 oktober 2025 en voegt daaraan toe dat evidente problemen in het vasthouden van de aandacht, herinneren of het uitvoeren van een taak niet zijn gevonden. Daarnaast heeft eiseres laten zien dat zij één uur aansluitend kan werken door het volgen van haar opleiding. Er is weliswaar sprake van een begeleidingsbehoefte, maar deze is niet dusdanig van omvang dat zij niet in staat is om één uur aaneengesloten te werken.
8.2.
De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsartsen met het bovenstaande voldoende hebben toegelicht dat zij eiseres, ondanks haar beperkingen, in staat achten om één uur aaneengesloten te werken. Het begrip één uur aansluitend werken ziet op het zelfstandig functioneren van eiseres in relatie tot de continuïteit van het arbeidsproces. Daarbij gaat het er uitsluitend om dat niet vaker dan één keer per uur een substantiële onderbreking van het productieproces noodzakelijk is om eiseres bij te sturen als gevolg van beperkingen in de aandacht, geheugen of stemming. [3] Uit de beschikbare gegevens is niet af te leiden dat de vermoeidheidsklachten, de concentratieproblemen en de chronische hoofdpijn ertoe leiden dat gedurende één uur substantiële onderbrekingen van het arbeidsproces noodzakelijk zijn. Eiseres heeft geen medische informatie ingebracht die twijfel doet zaaien aan de juistheid van het oordeel van de verzekeringsartsen. De beroepsgrond slaagt niet.
Tenminste vier uur per dag belastbaar
9. Eiseres voert aan dat zij niet in staat is om vier uur per dag te werken. Er is sprake van ernstige prikkelgevoeligheid en een extreem lange verwerkingstijd van deze prikkels. Eiseres verwijst naar de omstandigheid dat zij tussen 8:00 en 11:00 uur opstaat en overdag zo’n drie tot vier uur slaapt. Er is een chronisch vermoeidheidssyndroom vastgesteld (CVS), waarbij ook nog de psychiatrische problematiek speelt. Op de zitting heeft eiseres desgevraagd verder toegelicht dat het haar tijdens haar studieperiode lukte om één les van anderhalf uur per dag bij te wonen en dat zij zo’n nul tot zes uur per week besteedde aan haar stage.
9.1.
De primaire verzekeringsarts heeft in zijn rapportage van 2 juli 2024 toegelicht dat een urenbeperking van gemiddeld zes uur per dag en 30 uur per week aan de orde is vanwege de verhoogde sensitiviteit voor externe prikkels in combinatie met een lage centrale coherentie. Dit maakt dat er een energetisch deficit aan de orde is. Er is daarmee een belastbaarheid van minstens vier uren per dag. De verzekeringsarts B&B sluit zich hierbij aan en stelt in zijn rapportage van 14 oktober 2025 dat de huidige rustbehoefte niet zodanig is dat er geen vier uur per dag overblijft om te werken. Bovendien kan en mag de periode van vier uur per dag verdeeld worden over meerdere periodes op een dag en deze periode hoeft dus niet aaneengesloten uitgevoerd te worden. Verder heeft de verzekeringsarts B&B toegelicht dat het huidige dagritme van eiseres niet optimaal is. De activiteiten volledig af te laten hangen van de ervaren klachten zorgt voor afwisselend over- en onderactiviteit en biedt geen basis voor het in kaart brengen van de grenzen en het eventueel verleggen hiervan, aldus de verzekeringsarts B&B.
9.2.
De rechtbank overweegt als volgt. Volgens vaste rechtspraak betekent de voorwaarde ‘ten minste vier uur per dag belastbaar zijn’ niet dat de periode van ten minste vier uur per dag aaneengesloten hoeft te zijn. [4] Dat eiseres energetisch beperkt is, staat niet ter discussie. Tussen partijen bestaat verschil van mening over hoeveel uren per dag eiseres belastbaar is. Vast is komen te staan dat eiseres CVS heeft. Eiseres heeft echter geen medische stukken overgelegd waaruit blijkt hoe ernstig de CVS is en welke gevolgen de CVS heeft voor haar belastbaarheid. Hoewel de rechtbank oog heeft voor de beperkingen van eiseres wat betreft haar belastbaarheid is naar het oordeel van de rechtbank dus onvoldoende objectief vast komen te staan dat eiseres zodanig vermoeid is, dat het voor haar niet mogelijk is om de periode van vier uur per dag te verdelen in (bijvoorbeeld) tweemaal twee uur met daartussen twee uur recuperatie. Ter zitting is verder gebleken dat eiseres haar dagen tijdens haar studie en stage zelf mocht indelen, waardoor uit de omstandigheid dat zij maar anderhalf uur op een dag les kon volgen en ongeveer nul tot zes uur per week besteedde aan haar stage niet is vast te stellen dat zij minder dan vier uur per dag belastbaar is. De beroepsgrond slaagt niet.
Het beschikken over basale werknemersvaardigheden
10. Eiseres stelt dat zij niet over basale werknemersvaardigheden beschikt. Bij elke vorm van verantwoordelijkheid, druk of verwachting – zoals het op tijd komen en communiceren – ontstaat direct een ‘freeze-reactie’.
10.1.
De verzekeringsarts B&B heeft in zijn rapportage toegelicht dat er geen medische gronden zijn waarop de basale werknemersvaardigheden ontbreken. Eiseres is namelijk in staat gebleken haar opleiding te volgen en haar rijbewijs te halen. Het niet kunnen nakomen van afspraken, wanneer er in de taken rekening wordt gehouden met de vastgestelde beperkingen, acht de verzekeringsarts B&B geen gevolg van ziekte. De arbeidsdeskundige B&B heeft in haar rapportage gemotiveerd dat eiseres in staat wordt geacht om opdrachten van een werkgever te begrijpen, te onthouden en om afspraken met de werkgever na te komen. Indien de opdrachten duidelijk zijn verwoord en helder ingekaderd, is eiseres ook in staat om opdrachten uit te voeren. Dit blijkt uit het gegeven dat ze in staat was om toetsen en opdrachten te maken vanuit haar havo-opleiding en hbo-opleiding. Dat eiseres bij haar werk begeleiding nodig heeft, doet daar niets aan af.
10.2.
Naar het oordeel van de rechtbank hebben de verzekeringsarts B&B en de arbeidsdeskundige B&B voldoende gemotiveerd dat eiseres over basale werknemersvaardigheden beschikt. Zij hebben daarbij kunnen betrekken dat eiseres haar havo-opleiding en de hbo-opleiding heeft afgemaakt en er daarom geen reden is om aan te nemen dat zij niet in staat is om instructies te begrijpen, onthouden en uit te voeren of om afspraken met de werkgever na te komen. [5] Met wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de beoordeling van de verzekeringsarts B&B en de arbeidsdeskundige B&B op dit punt te twijfelen.
Het niet kunnen uitvoeren van een taak
11. Eiseres stelt dat zij de geselecteerde taak ‘scannen’ niet kan uitvoeren. In een werkomgeving bestaat onvoldoende structuur, waardoor snel overprikkeling, concentratieproblemen en vermoeidheid optreden.
11.1.
In dat wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank onvoldoende reden om aan de beoordeling van de arbeidsdeskundige te twijfelen. Daarbij overweegt de rechtbank dat de arbeidsdeskundige B&B voorwaarden heeft gesteld waaraan de taak van eiseres moet voldoen. Deze voorwaarden zijn gebaseerd op de rapportage van de verzekeringsarts B&B. Met de beperkingen van eiseres is bij het selecteren van de taak duidelijk rekening gehouden. Eiseres heeft alleen algemeen gesteld dat zij de taak niet kan uitvoeren, maar heeft dat verder niet onderbouwd. Haar stelling brengt de rechtbank dan ook niet aan het twijfelen over het standpunt van de arbeidsdeskundige B&B dat eiseres de taak ‘inscannen’ kan uitvoeren. Ook deze beroepsgrond slaagt niet.
Deskundige
12. Omdat geen twijfel bestaat over de juistheid van de (medische) beoordeling door het UWV ziet de rechtbank geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige. Het verzoek van eiseres hiertoe wordt daarom afgewezen.
13. De rechtbank komt tot de conclusie dat het UWV goed heeft onderbouwd dat en waarom eiseres beschikt over arbeidsvermogen. Er is terecht geconcludeerd dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Het voorgaande betekent niet dat er met eiseres niets aan de hand is. Het is echter zo dat de voorwaarden om voor een Wajong-uitkering in aanmerking te komen (het niet hebben van duurzaam arbeidsvermogen) erg streng zijn en dat uit de medische en arbeidskundige beoordeling moet blijken dat eiseres voldoet aan die voorwaarden. Dat laatste is naar het oordeel van de rechtbank niet het geval.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag voor een Wajong-uitkering in stand kan blijven. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.C. Veelenturf, rechter, in aanwezigheid van mr. M.P. Kool, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Voetnoten

1.Artikel 1a:1, eerste lid, onder a, van de Wajong in samenhang met artikel 2.4, eerste lid, van de Wajong.
2.Artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
3.Compendium participatiewet, bladzijde 54.
4.Centrale Raad van Beroep, 12 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2078.
5.Zie in dit verband bijvoorbeeld Centrale Raad van Beroep, 24 juli 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1103 overweging 4.3. en Centrale Raad van Beroep, 8 januari 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:26, overweging 3.5.