Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant
Inleiding
:de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Verder vindt de rechtbank niet dat eiseres is benadeeld doordat er geen foto’s van de vergelijkingsobjecten in het taxatieverslag staan. De vergelijkingsobjecten liggen op relatief korte afstand van de woning. Eiseres heeft de vergelijkingsobjecten zelf van dichtbij kunnen bekijken door daarbij langs te gaan, wat zij ook heeft gedaan.
De rechtbank overweegt verder dat de heffingsambtenaar de foto’s van de woning heeft gebruikt in de beroepszaak van eiseres. Daarmee zijn de foto’s niet openbaar gemaakt. Zittingen van de belastingrechter vinden namelijk achter gesloten deuren plaats, juist om de privacy van de belastingplichtige te borgen. De heffingsambtenaar moet zich in beroep kunnen verweren tegen de stellingen van eiseres dat hij de waarde op een te hoog bedrag heeft vastgesteld. Om aan zijn bewijslast te voldoen heeft de heffingsambtenaar zich genoodzaakt gezien om fotomateriaal te verzamelen en aan de dossiers toe te voegen. Dit fotomateriaal dient er ook toe om de rechtbank inzicht te geven op basis van welke uitgangspunten de heffingsambtenaar de woning heeft getaxeerd.
Tot slot heeft eiseres niet kenbaar gemaakt welke bezwaren eiseres tegen de WOZ-waarde voor het belastingjaar 2022 naar voren heeft gebracht en waarom die moeten leiden tot een geslaagd beroep. De enkele overlegging van het betreffende beroepschrift over dat belastingjaar is daarvoor onvoldoende. De beroepsgronden slaagt niet.
Volgens eiseres heeft de heffingsambtenaar ook onvoldoende rekening gehouden met de ligging van de woning; er komen windmolens en mogelijk een mestfabriek in de buurt van de woning. Eiseres verwijst ook naar haar bezwaargrond die ziet op de haven. Eiseres vindt dat het taxatierapport meerdere fouten bevat. Het grootste deel van de tuin ligt op het noorden respectievelijk noord-oosten in plaats van het zuiden waar de heffingsambtenaar van uitgaat. Er is een perceel grond van een andere eigenaar opgenomen bij de tuin. Ook het dak van de woning is niet gemiddeld en zij kan de waardering van de serre, aanbouw bij de woning en de inpandige garage niet volgen. Eiseres wijst erop dat de heffingsambtenaar een compromisvoorstel van € 215.000 heeft gedaan en dat dit hetzelfde is als de taxatie. Volgens haar is de taxatie ‘
fake’.
De rechtbank kan deze werkwijze van de heffingsambtenaar niet volgen. Het heeft er namelijk alle schijn van dat – nadat eiseres het compromisvoorstel heeft afgewezen – de heffingsambtenaar met de door hem opgestelde waardematrix en bijbehorende taxatierapport heeft toegerekend naar een waarde, in dit geval € 215.000, om aan te sluiten bij de door de rechtbank bepaalde waarde voor het kalenderjaar 2022. Zo is bij de eenheidsprijs een waardeaftrek toegepast van € 9.040. Een steekhoudende, onderbouwende toelichting hiervoor ontbreekt. De rechtbank wijst er bovendien op dat het doel en de strekking van de Wet WOZ met zich brengen dat de waarde van een onroerende zaak voor elk belastingtijdvak opnieuw wordt bepaald aan de hand van feiten en omstandigheden die zich voordoen op of rond de waardepeildatum. De WOZ-waarde van een eerder jaar vormt niet een feit of omstandigheid dat relevant is voor de huidige waardepeildatum. Dit betekent dat er voor de waardebepaling in deze zaak geen betekenis toekomt aan een uitspraak van de rechtbank die gaat over een eerdere waardepeildatum.
Dit leidt ertoe dat de rechtbank het taxatierapport en de matrix verwerpt als onderbouwing van het nieuwe waardestandpunt van de heffingsambtenaar. Nu er geen andere onderbouwing ten grondslag ligt aan het waardestandpunt van de heffingsambtenaar, is de rechtbank van oordeel dat de heffingsambtenaar ook de in beroep verdedigde waarde niet aannemelijk heeft gemaakt. Bij deze stand van zaken behoeven de andere argumenten van eiseres niet te worden behandeld.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;
- stelt de waarde van de woning per de waardepeildatum van 1 januari 2022, voor het kalenderjaar 2023, vast op € 210.000 en vermindert de voor dat kalenderjaar opgelegde aanslagen onroerende zaaksbelasting en watersysteemheffing gebouwd overeenkomstig die waarde;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde bestreden uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar aan eiseres het betaalde griffierecht van € 51 moet vergoeden.