Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2026:4637

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
30 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
C/01/423859 / KG ZA 26-64
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.86 AanbestedingswetArt. 2.87 AanbestedingswetArt. 2.86a AanbestedingswetArt. 2.87a AanbestedingswetArt. 2.88 Aanbestedingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitsluiting van deelname aan aanbesteding wegens ontbreken Uniform Europees Aanbestedingsdocument

De gemeente Eindhoven organiseerde een Europese aanbesteding voor de gebiedsontwikkeling van Stadshart Woensel. De dochtermaatschappij [B] van VolkerWessels BVGO diende een inschrijving in via haar Tenderned-account, maar zonder het verplichte Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA). De gemeente sloot [B] uit van verdere deelname op grond van het ontbreken van dit document, zoals voorgeschreven in de selectieleidraad.

VolkerWessels BVGO stelde dat niet [B], maar zijzelf de gegadigde was en dat het ontbreken van het UEA van [B] daarom niet tot uitsluiting mocht leiden. De rechtbank oordeelde echter dat de aanmelding via het account van [B] was gedaan zonder duidelijke mededeling dat VolkerWessels BVGO de inschrijver was. De selectieleidraad vereist dat elk lid van een samenwerkingsverband een eigen UEA indient, en de rol van penvoerder is voorbehouden aan een deelnemer van een samenwerkingsverband.

De rechtbank verwierp het verweer van VolkerWessels BVGO dat de gemeente eerst een verduidelijkingsvraag had moeten stellen en wees ook het beroep op jurisprudentie van het HvJ EU af, omdat in deze zaak de inschrijver [B] was en niet VolkerWessels BVGO. De vorderingen van VolkerWessels BVGO werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt de uitsluiting van de dochtermaatschappij van VolkerWessels wegens het ontbreken van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument en wijst de vorderingen af.

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/423859 / KG ZA 26-64
Vonnis in kort geding van 30 juni 2026
in de zaak van
VOLKERWESSELS BOUW & VASTGOEDONTWIKKELING NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Rijssen,
eisende partij,
hierna te noemen: VolkerWessels BVGO
advocaat: mr. G.J. Huith,
tegen
GEMEENTE EINDHOVEN,
zetelend te Eindhoven,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. S. Zuidam en mr. T.E. Hovius.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 maart 2026 met veertien producties
- de conclusie van antwoord met zes producties
- de aanvullende productie 15 van VolkerWessels BVGO
- de aanvullende productie 7 van de Gemeente
- de akte eiswijziging van 9 juni 2026 van VolkerWessels BVGO
- de mondelinge behandeling die plaats heeft gevonden op 11 juni 2026
- de pleitnota van VolkerWessels BVGO
- de pleitnota van Gemeente Eindhoven.
1.2.
Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter vonnis bepaald op termijn van 14 dagen. Voor het verstrijken van die termijn is partijen medegedeeld dat het vonnis uiterlijk een week later zal worden uitgesproken.

2.De feiten

2.1.
De Gemeente heeft op 4 november 2025 een Europese aanbesteding ‘Partnerselectie Gebiedsontwikkeling Stadshart Woensel’ aangekondigd op TenderNed. Het uiteindelijk te realiseren project ziet op de transformatie van (het huidige) winkelcentrum WoenselXL naar ‘Stadshart Woensel’. De onderhavige aanbestedingsprocedure betreft de eerste fase, gericht op het selecteren van maximaal drie gegadigden met wie in een aansluitende dialoogfase bepaald zal worden welke middelen geschikt zijn om zo goed mogelijk aan de behoeften van de aanbestedende dienst te voldoen en een keuze gemaakt welke oplossing(en) aan die behoeften kan/kunnen voldoen. Op grond van die dialoog mogen de geselecteerde inschrijvers een inschrijving indienen op basis waarvan de aanbestedende dienst de uitvoering van het project definitief zal gunnen. Het is de bedoeling dat het project wordt gerealiseerd via een publiek-private samenwerking tussen de gemeente Eindhoven en de geselecteerde samenwerkingspartner. Daartoe zal tussen hen een samenwerkingsovereenkomst worden gesloten, zonder oprichting van een aparte juridische entiteit.
De geraamde looptijd van het project is ongeveer 15 jaar en de waarde van de opdracht wordt geschat op € 350 miljoen. (vgl. blz. 9 en 13 van de Selectieleidraad, productie 2 bij dagvaarding).
2.2.
De inhoud van de Selectieleidraad waarin de voorwaarden voor de aanbesteding zijn beschreven luidt – voor zover van belang – als volgt:
‘(…)
1.4
Gebruik aanbestedingsplatform
Gegadigde kan zijn verzoek tot deelneming uitsluitend via het aanbestedingsplatform indienen. Aanbestedende dienst is op geen enkele wijze verantwoordelijk voor het gebruik van het aanbestedingsplatform door gegadigde. (…)
LET OP: Om een verzoek tot deelneming via TenderNed in te kunnen dienen, dient gegadigde te beschikken over e-Herkenning. (…)
3.3
Indienen, ontvangst en beoordeling van verzoek tot deelneming
3.3.1
Indienen van een verzoek tot deelneming
Het indienen van een verzoek tot deelneming kan uitsluitend digitaal via het aanbestedingsplatform conform de hiervoor genoemde planning. Gegadigde is zelf verantwoordelijk voor de volledigheid en tijdigheid van het verzoek tot deelneming.
Een
volledigverzoek tot deelneming bestaat uit:
• Invulformulier A: ‘Uniform Europees Aanbestedingsdocument’;
• Invulformulier B ‘Ervaring gegadigde” met onderbouwen van maximaal 3 A4- kantjes en tevredenheidsverklaring of een gelijkwaardig bewijs per kerncompetentie;
• Aanvulling op kerncompetentie 1 van maximaal 4 A4-kantjes ter uitwerking gewenste ervaring subselectiecriterium “Referenties: ervaring en competentie”;
• Reflectie van minimaal 1 en maximaal 3 referentieprojecten van maximaal 6 A4- kantjes ter uitwerking van subselectiecriterium “Reflectie: doorgronden van de opgave”;
• Visie aan de hand van één referentieproject van maximaal 4 A4-kantjes ter uitwerking van subselectiecriterium “Team: samenwerking en DNA”;
• Eén referentieproject van maximaal 4 A4-kantjes ter uitwerking van subselectiecriterium “Reflectie: risicobeheersing en commitment”.
Gemeente adviseert gegadigde om het verzoek tot deelneming ruim op tijd in te dienen. Het risico van niet tijdige ontvangst van het verzoek tot deelneming is geheel voor rekening van gegadigde.
Een niet tijdig ingediend verzoek tot deelneming wordt geacht niet te zijn ingediend en wordt daarom niet in behandeling genomen (ongeldigverklaring).
Gemeente en de aanbieder van het aanbestedingsplatform zijn niet verantwoordelijk voor fouten die worden gemaakt door gegadigde wat betreft het tijdig, volledig en voor zover vereist het rechtsgeldig ondertekenen en aanleveren van informatie en benodigde documenten via het aanbestedingsplatform. (…)
3.3.3
Vaststellen volledigheid en geldigheid van de verzoeken tot deelneming
Gemeente controleert of een verzoek tot deelneming volledig en geldig is. Alle documenten en informatie die op basis van deze selectieleidraad ingediend moeten worden, dienen feitelijk en compleet worden overgelegd op de in het aanbestedingsplatform en deze selectieleidraad voorgeschreven wijze. Indien het verzoek tot deelneming niet aan volledigheid en geldigheid voldoet, wordt het verzoek tot deelneming terzijde gelegd en niet verder in behandeling genomen.
(…).
3.3.5
Inhoudelijke beoordeling verzoeken tot deelneming
Gemeente beoordeelt vervolgens de verzoeken tot deelneming op basis van de selectiecriteria om tot een rangorde te komen van de gegadigden. (…)

4.Eisen aan de gegadigde

4.1
Algemene informatie
Gemeente toetst het verzoek tot deelneming op de uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen zoals geformuleerd in onderstaande paragrafen. De basis voor deze uitsluitingsgronden en geschiktheidseisen vormt de aanbestedingswet. Is een uitsluitingsgrond van toepassing? Dan wordt het verzoek tot deelneming terzijde gelegd en wordt gegadigde uitgesloten van verdere deelname aan deze aanbestedingsprocedure. De gemeente kan besluiten hiervan af te zien met analoge toepassing van artikelen 2.86a, 287a en 2.88 van de Aanbestedingswet. Voldoet een gegadigde niet aan de geschiktheidseisen? Dan wordt het verzoek tot deelneming terzijde gelegd en wordt gegadigde uitgesloten van verdere deelname aan deze aanbestedingsprocedure.
4.2
Uitsluitingsgronden
In artikel 2.86 en 2.87 van de Aanbestedingswet staat beschreven in welke gevallen gegadigde uit kan worden gesloten van deelname aan deze aanbesteding. De (facultatieve) uitsluitingsgronden die van toepassing zijn op deze aanbesteding zijn geselecteerd (aangevinkt) in het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) in invulformulier A. Let op: dit bestand dient te worden geopend middels Acrobat Reader DC.
Door deze verklaring correct in te vullen kan gegadigde verklaren dat de geselecteerde uitsluitingsgronden niet op gegadigde van toepassing zijn. Het UEA wordt ondertekend door een persoon die de onderneming rechtsgeldig vertegenwoordigt, dit moet blijken uit de kopie van het uittreksel uit het beroeps- of handelsregister. Deze UEA moet gegadigde bij uw verzoek tot deelneming indienen. Indien gegadigde hier niet aan voldoet, wordt gegadigde uitgesloten van verdere deelname.
(…)
4.5.1
Indienen Verzoek tot deelneming door middel van een samenwerkingsverband
Alle leden van het samenwerkingsverband dienen bij verzoek tot deelneming een separate UEA in te dienen.
Ingeval een verzoek tot deelneming wordt gedaan door een samenwerkingsverband wordt elk lid van het samenwerkingsverband getoetst aan de uitsluitingsgronden en dient op nader verzoek ieder lid van het samenwerkingsverband het betreffende bewijsstuk te overleggen binnen de gestelde termijn, na een daartoe strekkend verzoek van gemeente.
(…)
Bij het indienen van een verzoek tot deelneming in een samenwerkingsverband dient uit het verzoek tot deelneming duidelijk te blijken welke werkzaamheden door welke leden van het samenwerkingsverband worden uitgevoerd. Het samenwerkingsverband wijst één aanspreekpunt (penvoerder) aan voor de aanbestedende dienst gedurende de aanbesteding en uitvoering van de opdracht. De opdrachtverstrekking, communicatie en facturatie verloopt via de penvoerder.
(…)’
2.3.
VolkerWessels BVGO houdt zich bezig met het ontwikkelen, het uitvoeren en het aannemen van bouwwerken en infrastructurele werken, waaronder tal van gebiedsontwikkelingen door het gehele land. VolkerWessels BVGO is onderdeel van het VolkerWessels concern. Haar enig aandeelhouder is VolkerWessels Bouw & Vastgoedontwikkeling B.V. VolkerWessels Bouw&Vastgoedontwikkeling Zuid B.V. (hierna: VolkerWessels BVGO-Zuid) behoort ook tot het concern en is een dochtermaatschappij van VolkerWessels Bouw&Vastgoedontwikkeling B.V.
2.4.
VolkerWessels BVGO is 100% aandeelhouder van [B] B.V. (hierna: [B] ). [B] houdt zich voornamelijk bezig met het ontwikkelen van projecten in Noord-Brabant en Limburg.
2.5.
Op 26 januari 2026 heeft de Gemeente via Tenderned een aanmelding voor de aanbesteding ontvangen van [B] . Bij de aanmelding is geen Uniform Europees Aanbestedingsdocument (hierna: UEA) van [B] overgelegd. Bij de aanmelding is (wel) een UEA van VolkerWessels BVGO en van VolkerWessels BVGO-Zuid overgelegd.
2.6.
Voorafgaand aan de aanmelding heeft de Gemeente een aantal e-mailberichten van [B] ontvangen betreffende de aanbesteding; op 21 november 2025 een e-mail met vragen ten behoeve van de nota van inlichtingen en op 28 november 2025 een e-mail over het aanmelden voor de bezichtiging van het aan te besteden project op 11 december 2025.
Bij de bezichtiging op 11 december 2025 was aanwezig dhr. [A] , directeur van [B] .
2.7.
Op het voorblad van het bij de aanmelding ingediende ‘Visiedocument’ (productie 7 bij dagvaarding) waarin de ingevolge 3.3.1 van de leidraad verlangde informatie wordt verstrekt staan de namen “VolkerWessels” en “ [B] ”.
In dit Visiedocument wordt – onder meer en voor zover van belang – het volgende aangegeven:
‘Inleiding
De herontwikkeling van WoenselXL is een langjarige en complexe binnenstedelijke opgave (…). De gemeente Eindhoven zoekt hiervoor een partner die niet alleen in staat is om hoogwaardige plannen te ontwikkelen, maar die ook de continuïteit, ondernemend, financiële slagkracht, uitvoeringskracht en het lerend vermogen bezit om deze opgave over een lange periode samen vorm te geven.
[B] treedt, als onderdeel van VolkerWessels, op als deze langjarige ontwikkelpartner. Vanuit onze rol als gebiedsontwikkelaar dragen wij verantwoordelijkheid voor de integrale ontwikkeling, fasering en samenwerking met publieke en private stakeholders. (…)
Algemene visie
[B] en VolkerWessels
[B] maakt ruimte voor morgen door (binnen)stedelijke gebieden te transformeren tot plekken waar mensen wonen, werken en verblijven (…).
Als onderdeel van VolkerWessels zijn wij verankerd in en organisatie die ontwikkelen en bouwen benadert als maatschappelijke opgave. (…) De combinatie van [B] en VolkerWessels maakt het mogelijk om ambities daadwerkelijk te realiseren en langdurig te borgen.
(…). In het kader van WoenselXL zal [B] het penvoerderschap, namens VolkerWessels, vervullen voor de partnerselectie, waarbij wij het proces coördineren en richting geven in nauwe samenwerking met onze partners.
5.2.3.
Team: samenwerking en DNA
Referentieproject: Spoorzone Tilburg
Visie op de samenwerking
(…)
De gemeente Eindhoven mag erop vertrouwen dat wij — VolkerWessels, met [B] als onze gebiedsontwikkelaar — kennis en expertise maximaal inzetten om van WoenselXL een succes te maken.
(…)
WoenselXL is een langjarig traject. Dat vraagt om een hechte, duurzame samenwerking tussen de gemeente Eindhoven en VolkerWessels, met [B] als aangewezen gebiedsontwikkelaar. Door als één team op te trekken vanuit een gezamenlijk belang, benutten we elkaars expertise, spelen we in op veranderende omstandigheden en bieden we duidelijkheid en houvast aan stakeholders zoals bewoners, ondernemers, woningcorporaties en beleggers.
(…)
Borging van sleutelrollen, continuïteit en langjarig commitment
Langjarige gebiedsontwikkelingen vormen een wezenlijk onderdeel van de portefeuille van [B] en zijn diep verankerd in haar organisatie en DNA. Vanuit VolkerWessels zien wij [B] daarom als de aangewezen partij voor de gebiedsontwikkeling van WoenselXL. (…).
(…)’.
2.8.
Bij brief van 17 februari 2026 (productie 12 bij dagvaarding) heeft de Gemeente aan [B] gemeld dat zij vanwege het ontbreken van een door haar ingediend UEA moet worden uitgesloten van verdere deelname aan de aanbesteding. Daarnaast heeft de Gemeente in haar brief nog andere gebreken in de aanmelding van [B] benoemd. De inhoud van de brief luidt – voor zover van belang – als volgt:
‘(…)
Na zorgvuldige controle van uw aanmelding is gebleken dat deze niet volledig is, daarmee voldoet de aanmelding van [B] B.V. (hierna: [B] ) niet aan de formele eisen zoals gesteld in de selectieleidraad. Op grond hiervan wordt [B] uitgesloten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure.
Toelichting
Tijdens de toetsing als bedoeld in hoofdstuk 3.3.4 van de selectieleidraad zijn de volgende gebreken
vastgesteld:
1. Ontbreken van het UEA van de inschrijvende partij
Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) van [B] ontbreekt. Wel zijn er twee UEA's ingediend, deze zien echter niet op de inschrijver zelf, maar op andere ondernemingen.

2.Onvolledige tevredenheidsverklaringen

Ten aanzien van de referenties zijn in de aanmelding de volgende tekortkomingen
geconstateerd:
• Bij referentie “EKP” ontbreekt de handtekening op de tevredenheidsverklaring.
• De tevredenheidsverklaring voor referentie “Jazz City” ontbreekt geheel.

3.Onjuiste invulling van referentieformulieren

Op alle standaardformulieren Ervaring Deelnemer is VW BVGO Nederland BV als
opdrachtgever vermeld, terwijl de tevredenheidsverklaringen wél door externe opdrachtgevers zijn opgesteld.
(…)’
2.9.
Bij brief van 27 februari 2026 (productie 13 bij dagvaarding) heeft mr. Huith namens VolkerWessels BVGO bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Gemeente om [B] uit te sluiten van deelname aan de aanbesteding. De inhoud van de brief luidt – voor zover van belang – als volgt:

1. Onjuiste onderneming aangemerkt als gegadigde
1.1. (…)
Anders dan de afwijzingsbrief suggereert, is [B] B.V. ( [B] ,
vrzr) niet de gegadigde die is aangemeld voor deelname aan de Aanbesteding. Dat is BVGO Nederland (VolkerWessels BVGO,
vrzr).
(…)
1.3.
BVGO Nederland heeft alle documenten geüpload die noodzakelijk zijn voor de beoordeling of zij kan worden toegelaten tot de dialoogfase. Zij heeft immers haar eigen UEA ingediend alsmede het UEA van de onderneming op wiens ervaring zij een beroep doet (VolkerWessels Bouw & Vastgoedontwikkeling Zuid B.V.) teneinde aan de gestelde
geschiktheidseisen te voldoen. (…).
1.4.
[B] zal als penvoerder namens BVGO Nederland bij de gebiedsontwikkeling betrokken zijn. (…).
(…)
1.7.
Aangezien BVGO Nederland geen beroep hoeft te doen (of doet) op de ervaring van [B] om aan de geschiktheidseisen te voldoen of in het kader van de selectiecriteria, was het niet nodig (ook) van [B] een UEA bij aanmelding in te dienen. Het ontbreken van het UEA, kan dan ook geen reden zijn tot uitsluiting.
(…)
2.1.
De door u gestelde tekortkomingen aan de door BVGO Nederland ingediende
referentieprojecten, kunnen evenmin tot uitsluiting leiden.
(…)’.
2.10.
Bij brief van 2 maart 2026 aan mr. Huith heeft de Gemeente – voor zover van belang – als volgt gereageerd:
‘(…)
Op basis van het door [B] B.V. (“ [B] ”) ingediende aanmeldformulier en de ingediende documenten is het voor de gemeente niet duidelijk dat bedoeld is dat alleen BVGO Nederland zich als deelnemer heeft ingeschreven. Het totaal aan ingediende documenten in de aanbestedingsprocedure en de toelichting in uw brief maken dat het voor de gemeente een puzzel is wie de ingeschreven deelnemer(s) is en/of zouden moeten zijn.
BVGO Nederland heeft in de UEA aangegeven niet in samenwerkingsverband te willen inschrijven. Dit volgt niet uit het visiedocument “Samen maken we de ruimte voor morgen”. Uit dit visiedocument volgt dat [B] een prominente rol in de samenwerking zal hebben. (…).
Dit strookt niet met uw toelichting uit uw brief dat [B] slechts een administratieve functie als ‘penvoerder’ zou hebben. Ook het optreden als penvoerder veronderstelt, dat bedoeld is om in een samenwerkingsverband in te schrijven. Immers, in de aanbestedingsleidraad is de rol van penvoerder voorbehouden aan een deelnemer van een samenwerkingsverband. Op grond van de aanbestedingsleidraad dienen alle leden van een samenwerkingsverband een separate UEA in te dienen. Dat heeft [B] niet gedaan.
Het moge voor zich spreken dat een inschrijver zelf verantwoordelijk is voor het doen van een inschrijving die niet voor meerdere uitleg vatbaar is. Het spijt ons u niet anders te kunnen berichten.
(…)’.

3.Het geschil

3.1.
VolkerWessels BVGO vordert - na eiswijziging - om de Gemeente bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
a. te gebieden haar beslissing tot uitsluiting, zoals opgenomen in haar brief van 17 februari 2026 in te trekken;
b. te gebieden VolkerWessels BVGO alsnog toe te laten tot de aanbesteding en haar aanmelding te betrekken in de beoordeling;
c. te gebieden VolkerWessels BVGO in de gelegenheid te stellen aanvullende (bewijs)documenten te overleggen ten aanzien van de referentieprojecten EKP ’s-Hertogenbosch en Jazz City Roermond;
d. te gebieden de aanbesteding te staken en gestaakt te houden, totdat zij aan
vorderingen sub a en b heeft voldaan;
e. te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de
wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis, en de gemeente te veroordelen in de nakosten.
3.2.
VolkerWessels BVGO legt aan de vorderingen – zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag.
De gemeente heeft het besluit [B] uit te sluiten van verdere deelname ten onrechte genomen. Niet [B] , maar VolkerWessels BVGO is de gegadigde die is aangemeld voor deelname aan de aanbesteding.
Dit blijkt onder meer uit blz. 2 van de aanmelding, waarin uitdrukkelijk is aangegeven dat [B] als penvoerder voor het Project zal optreden namens VolkerWessels BVGO en uit het organogram dat is weergegeven in het inschrijvingsdocument. Omdat VolkerWessels BVGO geen beroep doet op de technische bekwaamheid van [B] , heeft VolkerWessels BVGO logischerwijs ook geen UEA met betrekking tot [B] bij haar aanmelding gevoegd. Zij heeft zowel voor haar zelf een UEA ingediend als voor VolkerWessels BVGO-Zuid, op welke onderneming VolkerWessels BVGO een beroep wil doen teneinde aan de gestelde geschiktheidseisen te voldoen.
VolkerWessels BVGO beschikt niet over een eigen account op TenderNed en heeft daarom voor de aanmelding gebruik gemaakt van het (oude) account van de werkmaatschappij binnen haar concern die nauw bij de projectontwikkeling zal worden betrokken, te weten [B] . De aanbestedingswet noch de Selectieleidraad vereist dat een gegadigde zich via een eigen account aanmeldt.
Indien het voor de Gemeente onduidelijk was op welke wijze zij de aanmelding moest interpreteren had de Gemeente niet zonder meer tot uitsluiting mogen over gaan maar had zij hierover eerst een verduidelijkingsvraag moeten stellen.
Verder zou er volgens de Gemeente bij de inschrijving sprake zijn van tekortkomingen ten aanzien van de ingediende referentieobjecten. De beoordeling van de referentieprojecten is blijkens de Selectieleidraad slechts aan de orde wanneer er zich meer dan drie gegadigden hebben aangemeld en er geen van hen uitsluitingsgronden van toepassing zijn.
De referentieformulieren (invulformulieren B) zijn niet onjuist ingevuld. Uit de Selectieleidraad volgt niet dat degene die de tevredenheidsverklaring opstelt, als ‘opdrachtgever’ moet worden aangemerkt.
3.3.
De Gemeente voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van VolkerWessels BVGO, dan wel tot afwijzing van haar vorderingen met veroordeling van VolkerWessels BVGO in de (na-)kosten van deze procedure te betalen binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf acht dagen na de datum van dit vonnis.
3.4.
De Gemeente heeft aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat uit de aanmelding zelf volgt dat [B] zich heeft ingeschreven voor de aanbesteding. Deze aanmelding kwam ook niet onverwacht omdat de Gemeente voorafgaand aan de aanmelddatum ook al verschillende keren contact had gehad met [B] naar aanleiding van vragen over de aanbesteding terwijl een vertegenwoordiger van [B] aangemeld en aanwezig was ter gelegenheid van de bezichtiging.
Aangezien bij de aanmelding een UAE van [B] ontbreekt moet de Gemeente de aanmelding uitsluiten, gelet op het hetgeen de leidraad dienaangaande bepaalt.
Voor wat betreft de overige in de brief genoemde uitsluitingsgronden blijft de Gemeente bij haar stelling dat, aangezien de tevredenheidsverklaring bij de ingediende referenties ontbreekt, dan wel onvolledig is, [B] ook op die grond uitgesloten dient te worden van deelname aan de aanbesteding.
Met betrekking tot de in de brief genoemde derde uitsluitingsgrond is namens de Gemeente in de conclusie van antwoord aangegeven dat zij bij nadere bestudering van de aanmelding van oordeel is dat de referentieformulieren niet onjuist zijn ingevuld, zodat de Gemeente dit aspect als grondslag voor uitsluiting van deelname laat vervallen.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening.
VolkerWessels BVGO dient bij de door haar gevorderde voorlopige voorzieningen een spoedeisend belang te hebben.
Het spoedeisend belang van VolkerWessels BVGO vloeit voort uit de aard van het gevorderde; zij kan alleen via kort geding bereiken dat haar uitsluiting van deelname ongedaan wordt gemaakt. Nu het spoedeisend belang wordt aangenomen komt de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen aan de orde.
4.2.
Het besluit om [B] uit te sluiten van verdere deelname heeft de Gemeente in de eerste plaats gebaseerd op het feit dat bij de aanmelding de - ingevolge de leidraad op straffe van uitsluiting voorgeschreven - UEA van [B] ontbrak. Daarnaast was er volgens de Gemeente sprake van nog andere, tot uitsluiting leidende gebreken in de aanmelding.
Hierna zal in gegaan worden op de eerste aangevoerde uitsluitingsgrond, het ontbreken van een UEA bij de aanmelding.
4.3.
In paragraaf 4.2 van de Selectieleidraad is (imperatief) bepaald dat het ontbreken van een UEA van een deelnemer leidt tot uitsluiting van verdere deelname aan de aanbesteding. Uit paragraaf 4.5.1. en 4.2 volgt dat wanneer er sprake is van een samenwerkingsverband, elk van de leden een UEA moet indienen, bij gebreke waarvan de deelnemer wordt uitgesloten van verdere deelname.
Gelet op bovengenoemde bepalingen in de Selectieleidraad ligt in de eerste plaats de vraag voor of de Gemeente de door haar ontvangen aanmelding terecht heeft aangemerkt als een aanmelding van [B] (individueel dan wel in een samenwerkingsverband). In het geval deze vraag bevestigend wordt beantwoord had [B] bij de aanmelding een UEA moeten indienen.
4.4.
VolkerWessels BVGO heeft aangevoerd dat de Gemeente er ten onrechte van uit is gegaan dat [B] zich heeft aangemeld als deelnemer aan de aanbesteding en dat zulks ook kon blijken uit de UEA formulieren van haar en van de aan haar gelieerde vennootschap VolkerWessels BVGO-Zuid. Uit die stukken blijkt – aldus VolkerWessels BVGO – zonneklaar dat niet [B] maar VolkerWessels BVGO zich als gegadigde had aangemeld in deze aanbesteding.
De voorzieningenrechter volgt VolkerWessels BVGO niet in deze stelling en overweegt daartoe het volgende.
4.4.1.
Om te beginnen acht de voorzieningenrechter in dit kader van belang dat de aanmelding voor de aanbesteding is gedaan via het Tenderned-account van [B] .
Niet gesteld of gebleken is dat bij deze aanmelding een mededeling is gedaan of kanttekening is geplaatst die de aanbestedende dienst er op attendeerde dat het de bedoeling was om niet [B] , maar VolkerWessels BVGO als deelnemer voor de aanbesteding aan te melden en dat VolkerWessels BVGO zich – via het Tendernetaccount van [B] – als gegadigde aanmeldde. In het licht van het imperatief geformuleerde voorschrift onder 1.4 van de leidraad (hiervoor onder 2.2 aangehaald) mocht zonder meer worden verlangd dat Volker Wessels BVGO, dan wel [B] bij haar aanmelding de aanbestedende dienst hierop in duidelijke bewoordingen had geattendeerd. De Gemeente heeft bovendien onweersproken gesteld dat Tendernet die mogelijkheid biedt; van deze mogelijkheid heeft [B] c.q. VolkerWessels BVGO evenwel geen gebruik gemaakt.
4.4.2.
VolkerWessels BVGO stelt verder dat zij geen beroep doet op de technische bekwaamheid van [B] en dat [B] slechts als penvoerder zal optreden. Daargelaten dat die hoedanigheid van [B] als penvoerder niet blijkt uit de aanmelding via haar Tenderned-account en afgezien van het feit dat die aan [B] toegedachte hoedanigheid moeilijk te verenigen valt met de wijze waarop [B] in het Visiedocument wordt gepresenteerd [1] , miskent VolkerWessels dat
in de context van de Selectieleidraadde hoedanigheid van penvoerder is voorbehouden aan een deelnemer van een samenwerkingsverband.
Ingevolge onderdeel 4.5.1 van de Selectieleidraad moet van ieder lid van het samenwerkingsverband bij de aanmelding een UEA worden bijgevoegd.
4.5.
De Gemeente is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook terecht vanuit gegaan dat [B] zich heeft aangemeld als deelnemer aan de aanbesteding, in (kennelijke) samenwerking met VolkerWessels BVGO. [B] had aldus op grond van de Selectieleidraad een UEA bij haar aanmelding moeten indienen. Nu zij dit niet gedaan heeft geldt op grond van de Selectieleidraad dat zijvan verdere deelname aan de aanbesteding wordt uitgesloten.
4.6.
Het verweer van VolkerWessels BVGO dat de Gemeente een verduidelijkingsvraag had moeten stellen over de inschrijving alvorens haar van deelname uit te sluiten treft geen doel.
Voor zover in de onderhavige casus een verduidelijkingsvraag al geoorloofd moet worden geacht (gelet op het in acht te nemen gelijkheidsbeginsel) is niet onbegrijpelijk dat de Gemeente geen aanleiding heeft gezien een vraag over de inschrijving te stellen, nu de Gemeente er op basis van de aanmelding op Tenderned en van het Visiedocument van uit mocht gaan dat [B] zichzelf voor de aanbesteding heeft aangemeld en dat zij het aan te besteden project –in samenwerking met VolkerWessels – zou uitvoeren. Er bestond – mede in het licht van de inhoud van het Visiedocument en bij gebreke van enig aanknopingspunt voor het tegendeel – geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat [B] met de aanmelding via haar Tendernetaccount louter beoogde om VolkerWessels BVGO als deelnemer aan te melden.
4.7.
VolkerWessels BVGO heeft nog aangevoerd dat het volgens jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie (HvJ EU) verboden is over te gaan tot (automatische) uitsluiting van een gegadigde van verdere deelname aan een aanbestedingsprocedure op de enkele grond dat het UEA van een 100% dochteronderneming bij de aanmelding ontbrak (HvJ EU, 22 januari 2026, C-812/24).
Hierbij miskent VolkerWessels BVGO dat zij zich niet zelf, maar dat [B] zich heeft aangemeld voor de aanbesteding en dat [B] aldus als inschrijvende partij het UEA had moeten indienen. In het arrest van het HvJ EU ging het om de vraag of het ontbreken van een UEA van een derde, in dit geval een volledig in handen van de inschrijver zijnde dochtermaatschappij, op wiens draagkracht een beroep wordt gedaan, moet leiden tot automatische uitsluiting van de inschrijver.
Daarbij komt dat in onderhavig geval de Selectieleidraad van de Gemeente uitsluiting imperatief voorschrijft indien bij een verzoek tot deelneming een UEA ontbreekt.
4.8.
Bovenstaande overwegingen leiden tot de conclusie dat de Gemeente terecht besloten heeft om [B] uit te sluiten van verdere deelname aan de aanbesteding wegens het ontbreken van het UEA.
De vraag of de andere door de Gemeente genoemde gebreken (kunnen) leiden tot uitsluiting van [B] van deelname hoeft gelet op bovenstaand oordeel geen bespreking meer.
4.9.
De vorderingen van VolkerWessels BVGO worden afgewezen. Zij zal daarom de proceskosten moeten betalen. Die kosten van Gemeente Eindhoven worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.766,00
Totaal
2.501,00
4.10.
Voor veroordeling in de nakosten zoals door de Gemeente verzocht bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert. [2]

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen van VolkerWessels BVGO af,
5.2.
veroordeelt VolkerWessels BVGO in de proceskosten van € 2.501,00, te betalen binnen zeven dagen na heden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de achtste dag na de datum van dit vonnis,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. Schoorlemmer en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.

Voetnoten

1.Zoals hiervoor geciteerd onder 2.7 en waarin de naam van VolkerWessels BVGO – zo is onweersproken door de gemeente gesteld – niet één keer voorkomt
2.Vgl. HR 10 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116 en HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853