ECLI:NL:RBOBR:2026:4452
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting bedrijfswoning
Eiseres stelde beroep in tegen de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting voor het jaar 2025 van een bedrijfswoning, omdat zij op 1 januari 2025 geen eigenaar meer was. De rechtbank stelde vast dat eiseres weliswaar haar eigendomsaandeel had overgedragen, maar dat zij een zakelijk recht van gebruik en bewoning behield, waardoor de aanslag terecht aan haar werd opgelegd.
De heffingsambtenaar had de WOZ-waarde vastgesteld op € 741.000, gebaseerd op een taxatierapport en waardematrix met vergelijkingsobjecten. Eiseres betwistte deze waarde en voerde aan dat de waarde te hoog was, mede vanwege de bedrijfswoningstatus, de staat van onderhoud en de ligging buiten de bebouwde kom. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met waardebeperkende omstandigheden, waaronder een neerwaartse correctie van 20% voor de bedrijfswoning.
Verder wees de rechtbank erop dat de WOZ-waarde de waarde in volle eigendom betreft en dat het recht van gebruik en bewoning niet in mindering hoeft te worden gebracht. Eiseres kon met haar ingebrachte stukken, waaronder een oud taxatierapport uit 2021, geen twijfel zaaien over de juistheid van de vastgestelde waarde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting aan eiseres.