Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 8 april 2026, alwaar voor [eiseres] zijn verschenen haar zoons [zoon 1 eiseres] en [zoon 2 eiseres] (als gevolmachtigden van [eiseres] ), bijgestaan door mr. Çölkusu. [gedaagde] is verschenen, bijgestaan door mr. Martens.
- de pleitnota van [eiseres] ;
- de pleitnotities van [gedaagde] .
2.De feiten
[gedaagde] : Ja is goed hoor het wel
[gedaagde] : Ik ben niet thuis ben op vakantie
[gedaagde] : Nee ben nu nog aant werk
[gedaagde] : Zal pas vant weekend worden heb door de weeks geen tijd nu
[gedaagde] : Ja als ik niet moet werken wel anders middag of zondag
[gedaagde] : Kan van het weekend toch dan ben ik in de buurt vanwaar de haast nu gooi ma in mijn brievenbus dan teken ik um en gooi ik die bij jouw in de bus terug
Op zaterdag 7 maart 2026 heb ik de heer [gedaagde] opnieuw geconfronteerd met de gemaakte afspraken, nadat er onduidelijkheid ontstond over zijn medewerking. Tijdens dit gesprek heeft de heer [gedaagde] expliciet bevestigd dat de afspraak tot beëindiging per 1 april 2026 inderdaad is gemaakt. Op de vraag waarom hij de gemaakte afspraak thans niet lijkt na te komen, kon hij geen inhoudelijke reden opgeven.
3.Het geschil
primairdat de huurovereenkomst tussen partijen door wederzijds goedvinden is geëindigd per 1 april 2026, zodat [gedaagde] vanaf dat moment zonder recht of titel in de woning verblijft en gehouden is deze te ontruimen. [gedaagde] tracht zich ten onrechte aan die afspraak te onttrekken.
Subsidiairlegt [eiseres] aan haar vordering tot ontruiming ten grondslag dat de huurovereenkomst wegens ernstige tekortkomingen van [gedaagde] in de nakoming van zijn verplichtingen als huurder door de rechter dient te worden ontbonden en [eiseres] vooruitlopend daarop belang heeft bij een ontruiming. Voorzover relevant heeft [eiseres] dit onderbouwd met de stelling dat [gedaagde] zich in het gehuurde niet als goed huurder heeft gedragen als bedoeld in artikel 7:213 BW Pro omdat [gedaagde] feitelijk niet meer in de woning woont en de woning en tuin heeft verwaarloosd en niet als goed huurder heeft onderhouden.