Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.[eiser 1 in de hoofdzaak] ,
2.
[eiser 2 in de hoofdzaak],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 1 februari 2023
- de akte van [eisers in de hoofdzaak] van 8 februari 2023 met producties 70 t/m 75
- de akte van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in vrijwaring] van 14 juni 2023 met producties 20 en 21
- de akte van [eisers in de hoofdzaak] van 12 juni 2024 met productie 76
- het deskundigenbericht
- de conclusie na deskundigenbericht van [eisers in de hoofdzaak]
- de conclusie na deskundigenbericht van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in vrijwaring]
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 januari 2026
- de akte vermeerdering van eis.
2.De verdere beoordeling in de hoofdzaak
evidence basedwetenschappelijk/medisch bewijs voor dat verband is. Het is dus ook niet noodzakelijk dat bij de paarden op basis van geldende standaarden een in de diergeneeskunde erkend ziektebeeld is vastgesteld [3] .De rechter moet, als dat bewijs er (gelet op de huidige stand van de medische wetenschap) niet is, op grond van alle beschikbare feitelijke informatie tot een eigen oordeel komen. De rechtbank zal de feitelijke informatie hierna stap voor stap bespreken.
very likely) is dat de symptomen van het paard [G] het gevolg zijn van een (acute) colchicinevergiftiging. Daarnaast concludeert ze dat de aandoening ‘chronische colchicinevergiftiging’ bestaat, maar dat er maar weinig bekend is over de symptomen daarvan bij paarden (er is alleen maar één
case report). Er is nog geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de lange termijneffecten van colchicinevergiftiging bij paarden. Vervuert beschrijft dat de zeer uiteenlopende gezondheidsproblemen zoals die zijn waargenomen bij de andere paarden van [eisers in de hoofdzaak] niet (eerder) beschreven zijn als specifiek voor chronische colchicinevergiftiging bij paarden, maar concludeert dat ook niet volledig kan worden uitgesloten dat die problemen lange termijneffecten of restverschijnselen zijn van de colchicine-inname door die paarden. De rechtbank merkt hierbij op dat dierenarts [I] (zie productie 30 bij dagvaarding), die evenals Vervuert het ene geval van mogelijke chronische colchicinevergiftiging aanhaalt (Peek et al. 2007), stelt dat de bijwerking pancytopenie in dat geval ook kan worden verklaard door de leeftijd van het paard. Ook hieruit volgt dat geenszins is uit te sluiten dat chronische colchicinevergiftiging gepaard kan gaan met zeer diverse verschijnselen. Met andere woorden: het is (nog) niet mogelijk om met wetenschappelijke zekerheid vast te stellen dat de symptomen van de andere paarden van [eisers in de hoofdzaak] lange termijneffecten zijn van hun blootstelling aan colchicine, maar dat verband is evenmin wetenschappelijk uit te sluiten.
- Er vanuit gaande dat eerlijke informatie is verstrekt en dat alle paarden inderdaad goed gevoerd en verzorgd worden (inclusief voldoende frequent ontwormen etc. zoals ons is verzekerd), is het opvallend dat de paarden die tijdens de hooi-met-herfsttijloos-periode aanwezig waren, er nu (veel) minder goed uitzien dan de paarden die pas na deze periode op het bedrijf zijn gekomen.
- Er is voor niemand, op welke wijze dan ook, nu 20 maanden na deze episode, nog te bewijzen dat dit alles voortkomt uit het voeren van hooi verontreinigd met herfsttijloos, maar dit lijkt, gezien alles wat verder is onderzocht en de toestand van de paarden die geen hooi met mogelijk herfsttijloos hebben opgenomen en al vele maanden op het zelfde bedrijf staan, wel (zeer) waarschijnlijk.
- (…)
- (…) . Er is weliswaar geen hard bewijs, maar er is wel grote waarschijnlijkheid dat veel van de problemen toe te schrijven zijn aan de blootstelling gedurende meer dan een maand aan colchicine. Mogelijk wordt dit de eerste casus van chronische colchicine intoxicatie bij paarden.”
- [eisers in de hoofdzaak] heeft het hooi van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in vrijwaring] in ontvangst genomen zonder een deugdelijke controle uit te voeren en zonder het hooi te onderzoeken op de aanwezigheid van eventuele (bij)producten die niet in het hooi zouden behoren te zitten. [eisers in de hoofdzaak] hoort zich ervan bewust te zijn dat weidehooi bestaat uit een mix van verschillende planten. Bij een deugdelijke controle van het hooi had [eisers in de hoofdzaak] kunnen en moeten zien dat in het hooi herfsttijloos zat. Dat had vervolgens reden moeten zijn om het hooi niet (in ieder geval niet zonder nader onderzoek) aan haar paarden te voeren. [eisers in de hoofdzaak] exploiteert een professionele paardenmanege en is actief als paardenfokker. Zij behoort het hooi dat zij aan haar paarden voert zorgvuldig te controleren, temeer omdat [eisers in de hoofdzaak] kennelijk bijzondere dressuurpaarden had. Het hooi niet controleren is onprofessioneel en onzorgvuldig.
- Bij het openbreken van de balen hooi zag [eisers in de hoofdzaak] dat er zich ‘onbekende plantjes’ in het hooi bevonden en dat de paarden de kapsels van die plantjes lieten liggen. Pas ongeveer 1,5 maand na levering van het hooi heeft [eisers in de hoofdzaak] voor het eerst bij [gedaagde in vrijwaring] aangegeven dat zich ‘vreemde plantjes’ in het hooi bevonden en dat deze door de (meeste) paarden niet werden gegeten. Als een professionele paardenmanege en paardenfokker ziet dat er een ‘vreemd plantje’ in het hooi zit, dan zouden in ieder geval de alarmbellen af moeten gaan. [eisers in de hoofdzaak] had [gedaagde in vrijwaring] en [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in vrijwaring] dus meteen moeten berichten. Dat heeft zij niet gedaan. [eisers in de hoofdzaak] heeft buitengewoon nalatig en onzorgvuldig gehandeld.
- [eisers in de hoofdzaak] had het hooi niet (langer) aan de paarden moeten voeren of in ieder geval niet totdat controle van het hooi een bevredigend resultaat zou hebben opgeleverd. Nadat [gedaagde in vrijwaring] had gezegd dat ‘alles goed’ zou zijn, is [eisers in de hoofdzaak] het hooi blijven voeren aan de paarden. Dat is onbegrijpelijk en onzorgvuldig. [eisers in de hoofdzaak] had in ieder geval meteen bij de eerste klachten van de paarden actie moeten ondernemen. Bij een juiste handelwijze had de gebeurtenis en had (een ieder geval een deel van) de schade kunnen worden voorkomen.
- [eisers in de hoofdzaak] had eerder tot een behandeling moeten overgaan. Een colchicine vergiftiging kan namelijk gemakkelijk worden behandeld met actieve kool, bijvoorbeeld Norit. Ook daarmee had [eisers in de hoofdzaak] de schade kunnen beperken.
3.De verdere beoordeling in de zaak in vrijwaring
4.De beslissing
woensdag 13 mei 2026voor het nemen van een akte door [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in vrijwaring] over wat is vermeld onder 2.2. en 2.49. van dit tussenvonnis en voor het nemen van een akte door [eisers in de hoofdzaak] over wat is vermeld onder 2.50. van dit tussenvonnis, waarna [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in vrijwaring] op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,