Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het procesverloop
mr. N. van Wandelen verschenen.
Mr. Van Beek heeft op zitting namens [betrokkene] de rechtbank ex artikel 88 Fw Pro primair verzocht om het bevel tot inbewaringstelling op te heffen en subsidiair om dit bevel te schorsen. Dit verzoek en het verzoek van de curator tot verlenging van het bevel tot inbewaringstelling zijn door de rechtbank op zitting behandeld.
Mr. Van Beek heeft op zitting namens [betrokkene] de rechtbank ex artikel 88 Fw Pro primair verzocht om het bevel tot inbewaringstelling op te heffen met zekerheidstelling en subsidiair om dit bevel te schorsen. Deze verzoeken en het verzoek van de curator tot verlenging van het bevel tot inbewaringstelling zijn door de rechtbank op zitting behandeld.
De ouders van [betrokkene] zijn bereid om voor opheffing van het bevel tot inbewaringstelling een bedrag van € 5.000,- zekerheid te stellen.
Sinds de vorige verlenging hebben de curator en ondergetekende meermalen contact gehad met de advocaat van de heer [betrokkene] om te bezien of hij progressie heeft geboekt in het verkrijgen van de benodigde informatie, dan wel of hij een duidelijke specificatie kan overleggen van de acties die hij heeft ondernomen om de informatie te verkrijgen. Op verzoek van de advocaat van de heer [betrokkene] zijn de beschikbare rekeningafschriften van de vennootschap aan hem verstrekt, zodat ook van die zijde nader onderzoek kon plaatsvinden.
U vroeg mij op welke momenten contact is geweest met (de advocaat van) de heer [betrokkene] . Ter beantwoording van uw vraag heeft op 18 en 19 februari jl. contact plaatsgevonden tussen de curator en mr. Van Beek, zowel telefonisch als per e-mail. Vervolgens heeft ondergetekende op 27 februari jl., 2 maart jl. en 3 maart jl. wederom telefonisch en per e-mail contact gehad met mr. Van Beek omtrent de positie van de heer [betrokkene] en de door de curator verzochte informatie.
3.De beoordeling
3.3. De rechtbank stelt vast dat de curator van [betrokkene] vooralsnog geen contactgegevens van de gestelde feitelijk leidinggevende en boekhouder van gefailleerde heeft ontvangen. Gelet op het bepaalde in artikel 87 Fw Pro is daarom ook op dit moment nog grond voor het bevel tot inbewaringstelling aanwezig.
Gesteld noch gebleken is dat het voor de curator tot op heden niet mogelijk is geweest om nadere gegevens van [bedrijf B] via bijvoorbeeld het internet te achterhalen.
Tegen deze achtergrond valt niet te begrijpen dat de curator zich op het standpunt stelt dat de verstrekte informatie niet verifieerbaar is en/of dat namen en/of contactgegevens van relevante personen niet worden verstrekt.
[betrokkene] dient op eigen initiatief de curator in te lichten over feiten en omstandigheden waarvan hij weet of behoort te weten dat deze voor de omvang, het beheer of de vereffening van de boedel van belang zijn. Dit neemt evenwel niet weg dat daarnaast van de curator mag worden verwacht dat verstrekte informatie zoveel mogelijk wordt geverifieerd. Bovendien mag van de curator worden verwacht dat hij een (bestuurder van) gefailleerde die in bewaring is gesteld regelmatig verhoord om de benodigde informatie te verkrijgen alsook om te toetsen of nog voldoende grond voor het bevel tot inbewaringstelling aanwezig is. De curator is hierin alsook in het verifiëren van verstrekte informatie tekortgeschoten.
4.De beslissing
deze beschikking te ondertekenen.