ECLI:NL:RBOBR:2025:8897

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
10 november 2025
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
416108
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot adoptie van meerderjarige met inachtneming van familierechtelijke betrekkingen

In deze zaak heeft de Rechtbank Oost-Brabant op 10 november 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot adoptie van een meerderjarige, [betrokkene], door de man. Het verzoek is ingediend door [betrokkene] en de man, die samen een langdurige relatie hebben. De rechtbank heeft vastgesteld dat [betrokkene] op het moment van indiening van het verzoek meerderjarig was, wat in strijd is met de wettelijke vereisten voor adoptie volgens het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank heeft het verzoek tot adoptie niet-ontvankelijk verklaard, maar heeft wel de emotionele en juridische band tussen [betrokkene] en de man erkend. De rechtbank heeft overwogen dat de adoptie in het kennelijk belang van het kind zou zijn, maar dat de wet geen mogelijkheid biedt voor adoptie van meerderjarigen. De rechtbank heeft ook het beroep op artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) besproken, maar geconcludeerd dat er geen recht op adoptie kan worden ontleend aan dit artikel. De rechtbank heeft de familierechtelijke betrekking tussen [betrokkene] en haar moeder in stand gelaten, ondanks de adoptie door de man. De rechtbank heeft de ambtenaar van de Burgerlijke Stand gelast om een latere vermelding van de adoptie aan de akte toe te voegen, en heeft de griffier opgedragen om een afschrift van de beschikking te zenden aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/416108 / FA RK 25-2249
Uitspraak : 10 november 2025
Beschikking van de meervoudige kamer betreffende adoptie in de zaak van
[betrokkene],
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat mr. S. Akpinar,
en
[de man],
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat mr. S. Akpinar,
hierna te noemen: verzoekers, dan wel [betrokkene] en (de) man.
Belanghebbende is:
[moeder],
wonende te [woonplaats 3] ,
hierna te noemen: (de) moeder.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van
- het verzoekschrift (met bijlagen) van verzoekers, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 28 mei 2025;
- een F9-formulier met bijlagen van 18 juli 2025.
1.2.
Het verzoek is door de meervoudige kamer van deze rechtbank mondeling behandeld op 9 oktober 2025. Verschenen zijn verzoekers met hun advocaat en de moeder.

2.De feiten

2.1.
De moeder is getrouwd geweest met de man. Dit huwelijk is ontbonden op [datum 1] . Uit dit huwelijk is de halfbroer van [betrokkene] , [halfbroer] , geboren. De man heeft uit een eerder huwelijk nog een zoon en een dochter.
2.2.
[betrokkene] is op [geboortedatum] geboren in het huwelijk van haar moeder met [biologische vader] . De heer [biologische vader] is de biologische vader van [betrokkene] (hierna te noemen: de biologische vader). Het huwelijk tussen de moeder en de biologische vader is ontbonden op [datum 2] .
2.3.
De moeder heeft de biologische vader in de [psychiatrische instelling] leren kennen. Hier verbleef de biologische vader vanwege zijn ernstige psychische aandoeningen, waaronder psychoses, maar ook verslavingsproblematiek en geestelijke onstabiliteit. De moeder verbleef bij de [psychiatrische instelling] vanwege haar borderline problematiek. In de kliniek is de moeder in verwachting geraakt van [betrokkene] .
2.4.
Vanaf dat [betrokkene] twee maanden oud was (na de beëindiging van de relatie tussen de moeder en de biologische vader), is zij met de moeder en [halfbroer] gaan wonen bij de man. Vanaf dat moment hebben zij als gezin samengewoond. Dit heeft geduurd totdat [betrokkene] negen jaar oud was.
2.5.
Na het uiteengaan van de moeder en de man bleef de man betrokken bij de opvoeding van [betrokkene] . Vanwege de borderline problematiek van de moeder was de moeder niet altijd beschikbaar voor [betrokkene] . In die periodes heeft de man [betrokkene] opgevangen en verzorgd.
2.6.
Bij beschikking van de rechtbank [woonplaats 1] van 5 juni 2002 heeft de rechtbank de biologische vader het recht op omgang met [betrokkene] ontzegd.
2.7.
Bij beschikking van de rechtbank [woonplaats 1] van 22 juli 2003 is bepaald dat de moeder en de man voortaan gezamenlijk belast zijn met het gezag over [betrokkene] .
2.8.
Bij Koninklijk Besluit van 1 juni 2016 is de geslachtsnaam van [betrokkene] gewijzigd in de geslachtsnaam van de man ‘ [geslachtsnaam man] ’.
2.9.
De biologische vader van [betrokkene] is op [datum 3] overleden.

3.Het verzoek

3.1.
Verzoekers verzoeken de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
I. de adoptie uit te spreken van [betrokkene] door de man;
II. de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de [gemeente] te gelasten een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;
III. te bepalen dat de griffier daartoe een afschrift van de beschikking aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de [gemeente] zal zenden, zodra de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan.

4.De beoordeling

Ontvankelijkheid

4.1.
Adoptie geschiedt door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen samen of één persoon alleen. Twee personen tezamen kunnen geen verzoek tot adoptie doen, indien zij krachtens artikel 41 geen huwelijk zouden mogen aangaan. (artikel 1:227 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)). Het verzoek door twee personen tezamen kan slechts worden gedaan, indien zij ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met elkaar hebben samengeleefd. Het verzoek door de adoptant die echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de ouder is, kan slechts worden gedaan, indien hij ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met die ouder heeft samengeleefd (artikel 1:227 lid 2 BW).
4.2.
Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat het verzoek tot adoptie slechts kan worden gedaan door degene die een kind wil adopteren en niet door degene die geadopteerd wil worden. Daarom zal [betrokkene] niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek.
4.3.
De man heeft desgevraagd aangegeven dat hij geen echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de moeder is, zodat sprake is van een zogenaamde gewone eenpersoonsadoptie.
Vereisten en gevolgen adoptie
4.4.
De adoptie kan worden uitgesproken als deze in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder(s) in die hoedanigheid te verwachten heeft en aan de overige voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW, is voldaan (artikel 1:227, derde lid, BW).
4.5.
De in artikel 1:228 BW genoemde voorwaarden zijn, voor zover hier van belang:
a. dat het kind op de dag van het eerste verzoek minderjarig is;
b. dat het kind geen kleinkind van de adoptant is;
c. dat de adoptant ten minste achttien jaren ouder is dan het kind;
d. dat geen van de ouders het verzoek tegenspreekt;
e. dat de minderjarige moeder van het kind op de dag van het verzoek de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt;
f. dat de adoptant het kind gedurende ten minste een jaar – in geval van stiefouderadoptie gezamenlijk met de ouder – heeft verzorgd en opgevoed;
g. dat de ouder of ouders niet of niet langer het gezag over het kind hebben.
4.6.
Door adoptie komen de geadopteerde, de adoptiefouder en zijn bloedverwanten of de adoptiefouders en hun bloedverwanten in familierechtelijke betrekking tot elkaar te staan (artikel 1:229 lid 1 BW). Tegelijkertijd houdt de familierechtelijke betrekking tussen de geadopteerde, zijn oorspronkelijke ouders en hun bloedverwanten op te bestaan (artikel 1:229 lid 2 BW).
Verzoek voldoet niet aan wettelijke vereisten
4.7.
[betrokkene] was op de dag van indiening van het verzoek meerderjarig. Hierdoor voldoet het verzoek tot adoptie niet aan artikel 1:228 onder a BW.
4.8.
De adoptie is in het Nederlandse recht geïntroduceerd als maatregel van kinderbescherming. Die bescherming wordt geboden door de duurzame band tussen het kind en de adoptiefouder rechtens te erkennen. De effecten van de adoptie reiken echter verder dan enkel de bescherming van het kind. Een adoptie grijpt in in het afstammingsrecht, in het bijzonder waar zij familierechtelijke betrekkingen tot stand brengt tussen de adoptiefouder en diens bloed- en aanverwanten enerzijds en het te adopteren kind en diens eventuele toekomstige bloed- en aanverwanten anderzijds. Daarbij worden de familierechtelijke banden tussen het kind en zijn ouder en diens bloed- en aanverwanten beëindigd. Bij het ontstaan van deze familierechtelijke betrekkingen kan ook tijdens de meerderjarigheid nog belang bestaan, ook al kan de adoptie dan niet meer het karakter van een kinderbeschermingsmaatregel hebben. De wet voorziet echter niet in een (andere) manier waarop die familiebanden na het bereiken van de meerderjarigheid nog kunnen ontstaan. Dit neemt niet weg dat de wetgever steeds heeft vastgehouden aan het minderjarigheidsvereiste. De Hoge Raad houdt hier ook strikt de hand aan (ECLI:NL:HR:2013:BY5053). Het zou de rechtsvormende taak van de rechter dan ook ver te buiten gaan als de rechtbank de adoptie van een meerderjarige zou toestaan door de leeftijdsgrens op te rekken. Dat betekent dat de adoptie van [betrokkene] door de man naar nationaal recht niet mogelijk is.
Beroep op artikel 8 EVRM
4.9.
De man stelt dat het niet toestaan van de adoptie wegens het niet voldoen aan het minderjarigheidsvereiste een ongeoorloofde inmenging in het door artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) beschermde recht op familie- en gezinsleven oplevert, en dat daarom voorbij moet worden gegaan aan dit vereiste. Voor zover het verzoek tot adoptie niet zou voldoen aan andere vereisten, geldt hiervoor hetzelfde. Daarnaast stelt de man dat hij met zijn adoptieverzoek niet de bedoeling heeft om de familierechtelijke betrekking tussen [betrokkene] en de moeder te doorbreken. De man heeft daarom, ook met een beroep op artikel 8 EVRM, de rechtbank verzocht om het rechtsgevolg dat de familierechtelijke betrekking tussen [betrokkene] en de moeder ophoudt te bestaan, buiten toepassing te verklaren.
4.10.
De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak aan artikel 8 EVRM geen recht op adoptie kan worden ontleend. Dat adoptie slechts mogelijk is als wordt voldaan aan de door de nationale wet daaraan gestelde eisen, levert dus op zichzelf geen ongeoorloofde inbreuk op een door artikel 8 EVRM beschermd recht op (ECLI:NL:HR:2000:AA6339). Het niet toestaan van een adoptie kan onder zeer bijzondere omstandigheden wel anderszins een inbreuk opleveren op het door artikel 8 EVRM beschermde familie- en gezinsleven. Dit wordt volgens vaste rechtspraak beoordeeld aan de hand van een tweeledige toets. In de eerste plaats dient sprake te zijn van zeer bijzondere omstandigheden in het gezinsleven van de meerderjarige en de aspirant-adoptiefouder. In de tweede plaats dient er een te begrijpen
en te respecteren reden te zijn voor het feit dat het adoptieverzoek niet tijdens de minderjarigheid is ingediend. Dit laatste wordt ook wel aangeduid als de verschoonbare termijnoverschrijding.
Zeer bijzondere omstandigheden
4.11.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van de hiervoor genoemde zeer bijzondere omstandigheden. De rechtbank heeft hierbij de volgende, voldoende vaststaande, omstandigheden meegewogen.
4.12.
Toen [betrokkene] twee maanden oud was zijn de moeder en de biologische vader uit elkaar gegaan. Vanaf dat moment zijn de moeder en [betrokkene] gaan wonen bij de man. Zij hebben als gezin, tezamen met [halfbroer] , samengewoond, totdat [betrokkene] negen jaar oud was. Ook daarna heeft [betrokkene] regelmatig langere periodes bij de man verbleven. [betrokkene] is op haar 16de op zichzelf gaan wonen in [plaats] zodat zij dichter bij de man zou wonen. Als [betrokkene] hulp bij iets nodig heeft, belt zij de man. De man is in het leven van [betrokkene] , waarin veel is gebeurd, de stabiele factor waarop [betrokkene] kan bouwen. Hij is daarmee voor [betrokkene] de evenwichtige ouder die zij in haar leven mist. De man heeft als volwaardig ouder met gezag voor [betrokkene] gezorgd, niet alleen in haar jeugd maar nu nog steeds. Daardoor is sprake van een hechte, emotionele gezinsband die de man en [betrokkene] juridisch bevestigd willen zien.
4.13.
Daar staat tegenover dat [betrokkene] met de biologische vader nooit een (goede) band heeft gehad. [betrokkene] heeft de biologische vader maar enkele keren ontmoet. Vanwege psychische klachten en verslavingsproblematiek verbleef de biologische vader in meerdere instellingen. De biologische vader is al enige tijd geleden overleden. Bij de verwerking van dit alles heeft de man [betrokkene] geholpen. Verder heeft [betrokkene] de behoefte om de juridische band met de biologische vader te verbreken.
4.14.
De (andere) kinderen van de man hebben [betrokkene] als zus opgenomen in de familie. Hoewel [betrokkene] zich onderdeel voelt van de [familie van de man] en de (andere) kinderen van de man als broers en zus ziet, voelt zij toch dat zij een andere positie heeft dan de (andere) kinderen, nu zij juridisch niet de dochter is van de man. Ook is zij bang dat zij, wanneer de man in de toekomst overlijdt, (gevoelsmatig) in een andere positie zal komen te staan dan de (andere) kinderen van de man.
4.15.
[betrokkene] heeft veel verdriet en ervaart psychische problemen doordat zij juridisch niet hoort bij de familie van de man. Dit is onder andere gebleken toen de man en [betrokkene] er recentelijk achter kwamen dat zij juridisch gezien niet de dochter van de man is. Het is toen een periode slecht gegaan met [betrokkene] , waardoor ze niet meer kon werken en haar relatie is uitgegaan. Pas recentelijk is [betrokkene] uit deze dip gekomen. Dit is haar gelukt met en door de hulp van de man en samen met de moeder. [betrokkene] en de man vrezen dat als het verzoek tot adoptie wordt afgewezen, [betrokkene] toestand weer zal verslechteren.
4.16.
Door deze omstandigheden, in onderling verband en in samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat een weigering om de adoptie van [betrokkene] door de man toe te staan, een ongeoorloofde inmenging in het recht op familie- en gezinsleven van [betrokkene] en de man, als bedoeld in artikel 8 lid 2 EVRM, oplevert. Hoewel adoptie in dit geval niet meer het karakter heeft van een maatregel van kinderbescherming, is de rechtbank gelet op het voorgaande van oordeel dat [betrokkene] een zwaarwegend belang heeft bij het vestigen van een familierechtelijke betrekking met de man, alsmede bij de juridische bevestiging van de emotionele band die zij met de man heeft en van het gevoel dat zij en de man tot één gezin en familie behoren.
4.17.
Verder is ter zitting gebleken dat de man, [betrokkene] en de moeder niet willen dat de familierechterlijke betrekkingen tussen de moeder en [betrokkene] ophouden te bestaan, nu er ook sprake is van een familieleven tussen [betrokkene] en de moeder in de zin van artikel 8 EVRM. Indien door de adoptie door de man de familierechtelijke betrekkingen met de moeder zouden ophouden te bestaan, zou dit dus een ongeoorloofde inmenging in het recht op familie- en gezinsleven van [betrokkene] en de moeder, als bedoeld in artikel 8 lid 2 EVRM, opleveren. De rechtbank zal daarom verstaan dat de familierechtelijke betrekking tussen [betrokkene] en de moeder in stand blijft.
Verschoonbare termijnoverschrijding
4.18.
De rechtbank is voorts van oordeel dat er een te begrijpen en te respecteren reden is voor het feit dat het adoptieverzoek niet tijdens de minderjarigheid van [betrokkene] is ingediend. De man en [betrokkene] hebben namelijk verklaard dat zij ervan uitgingen dat de man, door het verkrijgen van gezag en de geslachtsnaamswijziging, ook de juridische vader van [betrokkene] was geworden. De man is tijdens de procedure ter verkrijging van het gezag door zijn advocaat er niet op gewezen dat dit niet het geval was. Pas op het moment dat de man bij de notaris testamentaire zaken ging regelen, kwam hij erachter dat [betrokkene] op papier niet zijn juridische dochter is. De man heeft kort daarna het verzoek tot adoptie gedaan.
Geslachtsnaam
4.19.
Op grond van artikel 1:5 lid 7 BW kan een kind van 16 jaar of ouder dat wordt geadopteerd een keuze maken voor de geslachtsnaam die zij na de adoptie zal dragen. [betrokkene] draagt al de geslachtsnaam [geslachtsnaam man] . Uit hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat [betrokkene] na de adoptie deze geslachtnaam wil blijven dragen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verklaart [betrokkene] niet-ontvankelijk in haar verzoek tot adoptie van haar door de man;
5.2.
spreekt uit de adoptie van [betrokkene] ‚ geboren op [geboortedatum] in de [gemeente] ‚ door [de man] , geboren op [geboortedatum] in [gemeente] ;
5.3.
verstaat dat de familierechtelijke betrekking tussen [betrokkene] en de moeder in stand blijft en dat [betrokkene] de geslachtsnaam [geslachtsnaam man] blijft dragen.
5.4.
gelast de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de [gemeente] een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;
5.5.
draagt de griffier op om niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking, indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de [gemeente] .
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Pijper, voorzitter, mr. L.J. Geerits en mr. A.A. Roodenburg, leden, allen rechters, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.H. Matser-Baeten als griffier op 10 november 2025.
Tegen deze beschikking kan, voor zover het een eindbeslissing betreft, -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.