Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.[eiser 1] B.V.,
2.
[eiser 2] B.V.,
3.
[eiser 3] B.V.,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 9 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eisers]
- de pleitnota van Jumbo.
2.De feiten
Looptijd contract is van 1 februari 2023 tot en met 31 maart 2025.
Het betreft een contract voor bepaalde tijd en eindigt van rechtswege op de einddatum. Het contract wordt niet stilzwijgend verlengd. (…)
Beide partijen zijn derhalve na 31 maart 2025 vrij van verplichtingen jegens elkaar. Investeringen welke [D] specifiek ten behoeve van Jumbo pleegt en die qua afschrijvingstermijn de looptijd van het contract overschrijden worden voorgelegd aan Jumbo en zijn uitdrukkelijk voor eigen rekening en risico van [D] , juist ook indien de samenwerking na 31 mei 2025[bedoeld is: 31 maart 2025]
niet of niet op dezelfde wijze zou worden voortgezet.(…)
Gezien de ontwikkelingen in de verkoop van het broodassortiment, ziet Jumbo aanleiding om binnen afzienbare tijd de bakkerijketen opnieuw te beoordelen en eventueel (geheel) anders in te richten indien gewenst of noodzakelijk (mogelijk het terugbrengen van 2 leveranciers naar 1 leverancier of het terugbrengen van het aantal te beleveren winkels). Dat zou dus ook consequenties kunnen hebben voor huidige leveranciers zoals [D] . Gezien de mogelijke impact op de huidige leveranciers, zal Jumbo deze herbeoordeling en mogelijk andere inrichting van de bakkerijketen, bij voorkeur uiterlijk eind maart 2024 hebben afgerond. Mocht deze herbeoordeling en/of andere inrichting van de bakkerijketen (financiële) consequenties hebben voor [D] , dan heeft zij in ieder geval nog een jaar om zich daarop voor te bereiden en de eventuele financiële gevolgen te elimineren of in ieder geval tot een minimum te beperken.
Bij voorkeur uiterlijk 31 maart 2024 zullen beide partijen de contouren met elkaar overeengekomen zijn hoe na 31 maart 2025 de samenwerking wordt vormgegeven.
"
Nee alles is akkoord kunnen stukken opmaken en tekenen (…)".
3.Het geschil
Het is voor [eiser 1] , waar ruim 160 medewerkers werkzaam zijn, van levensbelang dat de in dit kort geding gevorderde transitieperiode wordt toegewezen. Een reële afbouw kan alleen bestaan door na afloop van de opzegtermijn bepaalde productgroepen nog enige tijd, maar op basis van lagere volumes, uit te leveren. Alleen dan kan [eiser 1] blijven bestaan, in de hoop dat tussen medio en ultimo 2026 een leveringsovereenkomst met Albert Heijn kan worden gesloten. De door Jumbo verlangde 100 % uitvoering van de leveringsovereenkomst tot en met 7 januari 2026 brengt mee dat [eisers] tot en met de laatste dag aan haar leveringsverplichting en Jumbo’s hoge kwaliteitsnormen dient te voldoen. Het niet voorzien in een transitie na 7 januari 2026 leidt tot het abrupt en gedurende een zekere tijd stilleggen van een industriële bakkerij met alle daarbij behorende personele, technische en grote financiële gevolgen. [eisers] hebben dan ook een spoedeisend belang bij de door hen ingestelde vorderingen.
4.De beoordeling
of zoveel eerder als door Jumbo en [D] wordt overeengekomen.Jumbo heeft ter zitting onweersproken verklaard dat zij ook bereid was tot een eerdere beëindiging of afschaling van de leveranties, maar dat een dergelijk verzoek van [D] (of [eisers] als deelgenoot in deze joint venture) haar nooit heeft bereikt. Ook uit de in de overeenkomst van 24 augustus 2023 opgenomen bepaling:
Mocht deze herbeoordeling en/of andere inrichting van de bakkerijketen (financiële) consequenties hebben voor [D] , dan heeft zij in ieder geval nog een jaar om zich daarop voor te bereiden en de eventuele (financiële) gevolgen te elimineren of in ieder geval tot een minimum te beperken,kan, anders dan [eisers] stellen, niet worden afgeleid dat het op de weg ligt van Jumbo om die gevolgen voor [D] tot een minimum te beperken. Duidelijk is vermeld dat
[D]nog een jaar heeft om zich voor te bereiden en de eventuele (financiële) gevolgen te elimineren of in ieder geval tot een minimum te beperken. Ook overigens hebben [eisers] onvoldoende feiten en omstandigheden aangedragen voor de stelling dat op Jumbo in de gegeven omstandigheden een verdergaande verplichting rustte om tot een transitie te komen met [D] dan zij in casu heeft gedaan.