ECLI:NL:RBOBR:2025:6787
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om proceskostenvergoeding na tijdelijke opvang alleenstaande minderjarige ontheemde
Verzoekster diende een bezwaar en verzoek om voorlopige voorziening in tegen de feitelijke weigering van het college om opvang te bieden aan haar kleinkind, een alleenstaande minderjarige ontheemde uit Oekraïne. Na tijdelijke huisvesting in een hotel door het college trok verzoekster het verzoek in en vroeg zij proceskostenvergoeding.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster als begeleider en belanghebbende kon worden aangemerkt zolang niet duidelijk was wie de wettelijke vertegenwoordiger van het kleinkind was. Het college was aan het verzoek tegemoetgekomen door tijdelijke opvang te bieden, wat recht geeft op proceskostenvergoeding.
Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering op deze regel rechtvaardigden. De proceskosten werden vastgesteld op €907,-, te betalen aan de gemachtigde van verzoekster. De voorzieningenrechter wees het verzoek om proceskostenvergoeding toe en wees erop dat verzoekster het griffierecht zelf bij het college kan claimen.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €907,- proceskosten aan verzoekster na het bieden van tijdelijke opvang.