Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het onderzoek van de zaak.
- op 22 november 2022 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aangekondigd;
- op 1 augustus 2024 is de ontnemingsvordering d.d. 25 juli 2024 uitgereikt;
- op 23 augustus 2024 is een brief van de verdediging ontvangen met onderzoekswensen;
- op 30 augustus 2024 heeft het Openbaar Ministerie (hierna: OM) haar conclusie van eis ingediend met daarin eveneens een reactie op de onderzoekswensen;
- op 5 september 2024 heeft de regiezitting plaatsgevonden;
- op 19 september 2024 heeft de rechtbank beslist op de ingediende onderzoekswensen. De rechtbank heeft voorts bepaald dat een schriftelijke conclusiewisseling zal plaatsvinden. Het onderzoek is geschorst tot de terechtzitting van 29 januari 2025;
- de verdediging heeft geantwoord bij conclusie van 20 november 2024;
- bij conclusie van 18 december 2024 heeft het OM gerepliceerd;
- de verdediging heeft op 22 januari 2025 een conclusie van dupliek ingediend;
- de inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden op 29 januari 2025, waarna het onderzoek ter terechtzitting op 18 maart 2025 is gesloten.
2.De veroordeling.
3.Het standpunt van de officier van justitie.
4.Het standpunt van de verdediging.
5.Het oordeel van de rechtbank.
6.De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
7.Vaststelling van het te betalen bedrag.
€ 3.831.515,57.
8.Toepasselijke wetsartikel.
9.De uitspraak.
€ 3.831.515,57;
€ 3.831.515,57ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, dat hij, uit de baten van het feit ter zake waarvan hij is veroordeeld en uit soortgelijke feiten door hem begaan, heeft verkregen;