ECLI:NL:RBOBR:2024:5661

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
22 november 2024
Publicatiedatum
22 november 2024
Zaaknummer
C/01/409222 / KG ZA 24-573
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 555 RvArt. 556 lid 1 RvArt. 557a lid 3 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Krakers bij verstek veroordeeld tot ontruiming pand met proceskostenveroordeling

In deze kort gedingprocedure vordert eiseres, een commanditaire vennootschap, de ontruiming van een pand dat door krakers wordt bezet. De krakers zijn niet verschenen en verstek is tegen hen verleend. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze toe.

De machtiging om de ontruiming met inzet van politie en justitie zelf uit te voeren wordt afgewezen, omdat de wet voorschrijft dat ontruiming door een deurwaarder moet worden uitgevoerd, die zelf de hulp van de sterke arm kan inroepen. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op de wettelijke termijn van drie dagen.

De krakers worden veroordeeld tot ontruiming en tot betaling van de proceskosten aan eiseres, begroot op €1.515,37, te vermeerderen met wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen een jaar ook tegen anderen worden uitgevoerd die zich in het pand bevinden.

Uitkomst: De krakers worden veroordeeld tot ontruiming van het pand binnen drie dagen en tot betaling van proceskosten aan eiseres.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/409222 / KG ZA 24-573
Vonnis in kort geding van 22 november 2024
in de zaak van
de commanditaire vennootschap
[eiseres] C.V.,
gevestigd te [plaats] ,
eiseres,
advocaat mr. H.J. Heynen te Venlo,
tegen
HEN DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK, althans een gedeelte daarvan, bekend als pand [A] te [plaats] , kadastraal bekend [kadastrale aanduiding]
wonende te [plaats] ,
gedaagden,
niet verschenen.
Partijen worden hierna “ [eiseres] ” en “de krakers” genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 25 oktober 2024;
  • de mondelinge behandeling ter zitting van 22 november 2024;
  • het tijdens de behandeling tegen de krakers verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op uiterlijk 25 november 2024.

2.De beoordeling

2.1.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie en politie, zal worden afgewezen, omdat ingevolge art. 556 lid 1 Rv Pro ontruiming door een deurwaarder imperatief is voorgeschreven en deze altijd bevoegd is daartoe de hulp van de sterke arm in te roepen. Daarnaast zal voor wat betreft de ontruimingstermijn worden aangesloten bij de wettelijke termijn van drie dagen, neergelegd in artikel 555 Rv Pro.
2.2.
De krakers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 112,37
- griffierecht 688,00
- salaris advocaat
715,00
Totaal € 1.515,37.
2.3.
Voor een veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert. [1]

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt de krakers om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het pand, plaatselijk bekend als “ [A] ” te [plaats] , kadastraal bekend [kadastrale aanduiding] , bestaande uit de adressen [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] te ontruimen en ontruimd te houden;
3.2.
bepaalt dat deze veroordeling binnen de in art. 557a lid 3 Rv genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging bevindt in de in rechtsoverweging 3.1. genoemde onroerende zaak, of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;
3.3.
veroordeelt de krakers in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.515,37, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de achtste dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Sicking-Sluis en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2024.

Voetnoten

1.vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237 en HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.