ECLI:NL:RBOBR:2024:1575
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande villa met praktijkruimte en bijgebouwen
Eiser is eigenaar van een vrijstaande villa met praktijkruimte, garage, berging en een perceel grond. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2021 vast op € 687.000, welke na bezwaar ongewijzigd bleef. Eiser stelde beroep in tegen deze vaststelling.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is. Dit is onderbouwd met een taxatierapport en vier vergelijkingsobjecten die voldoende vergelijkbaar zijn, waarbij waarderelevante verschillen inzichtelijk zijn gecorrigeerd. De rechtbank wijst erop dat de vaststelling van taxatiecorrecties een deskundig terrein is en beoordeelt deze op begrijpelijkheid.
Eiser stelde dat onvoldoende rekening is gehouden met de toestand van de vergelijkingsobjecten en verschillen in perceelgrootte. De rechtbank volgt dit niet omdat eiser onvoldoende bewijs leverde voor een andere waardering en de heffingsambtenaar een grondstaffel toepaste die rekening houdt met afnemend grensnut. Ook het verschil tussen getaxeerde en vastgestelde waarde wordt als voldoende correctie beschouwd.
Verder klaagt eiser over het ontbreken van inzicht in de indexering, maar de rechtbank stelt vast dat voldoende informatie is verstrekt en dat er geen schending is van artikel 40 van Pro de Wet WOZ. Het beroep wordt ongegrond verklaard en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.