Eindhoven Airport organiseerde een Europese onderhandelingsprocedure voor dienstverlening op twee percelen, waarbij TWZ Connect en Viggo inschreven. TWZ Connect werd aanvankelijk als economisch meest voordelige inschrijver aangewezen. Na bezwaar van Viggo onderzocht Eindhoven Airport de beoordelingsprocedure en constateerde afwijkingen, waarna een herbeoordeling plaatsvond met een gewijzigde, ‘verzwaarde’ beoordelingscommissie.
TWZ Connect stelde dat deze wijziging in strijd was met het transparantiebeginsel en de aanbestedingsstukken, omdat de nieuwe commissieleden andere functies hadden dan vooraf aangekondigd. De rechtbank oordeelde dat de samenstelling van de tweede beoordelingscommissie niet overeenkwam met de omschrijving in de uitnodiging tot inschrijving en dat communicatie buiten het voorgeschreven kanaal plaatsvond.
Hierdoor was het transparantiebeginsel geschonden, wat een fundamentele aanbestedingsrechtelijke norm is. De rechtbank verbood daarom de gunning aan Viggo, beval de intrekking van de gunningsbeslissing en stelde een heraanbesteding verplicht. De kosten van het geding werden aan Eindhoven Airport opgelegd.