De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 15 september 2023 de zaken betreffende de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen en het perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling (GI).
De GI verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en om een verklaring dat het perspectiefbesluit, waarin is bepaald dat de minderjarigen niet meer bij de ouders of stiefvader kunnen opgroeien, op goede gronden is genomen. De rechtbank oordeelde dat de GI niet-ontvankelijk is in het verzoek tot toetsing van het perspectiefbesluit op grond van artikel 1:262b BW, conform de recente uitspraak van de Hoge Raad van 1 september 2023.
De rechtbank beoordeelde het perspectiefbesluit in het kader van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Uit het dossier en de zitting bleek dat de ouders en stiefvader, ondanks hun liefde voor de kinderen, niet in staat zijn om te voorzien in de specifieke opvoedbehoeften van de minderjarigen, die onder meer ADHD en ontwikkelingsachterstanden hebben. In het gezinshuis, waar de kinderen sinds mei 2022 verblijven, is sprake van positieve ontwikkeling en afname van gedragsproblemen.
Gezien de beperkte opvoedvaardigheden van de ouders en stiefvader en het belang van de minderjarigen, besloot de rechtbank de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen van 26 september 2023 tot 26 maart 2024. De GI werd niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om het perspectiefbesluit zelfstandig te toetsen. Hoger beroep is mogelijk tegen de verlenging van de machtiging.