ECLI:NL:RBOBR:2022:675
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning op basis van vergelijkingsmethode en indexering
Eiseres betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van haar woning per waardepeildatum 1 januari 2019, die is vastgesteld op €177.000. Zij stelt een lagere waarde van €151.000 voor en voert aan dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening heeft gehouden met verschillen in onderhoudstoestand en de indexering niet voldoende heeft onderbouwd.
De heffingsambtenaar heeft de waarde onderbouwd met een waardematrix waarin drie vergelijkingsobjecten zijn opgenomen die qua bouwjaar, ligging en voorzieningen goed vergelijkbaar zijn met de woning. Tevens is rekening gehouden met verschillen in kwaliteit en perceeloppervlakte door middel van een negatieve correctie op de prijs per m³. De rechtbank oordeelt dat deze methode niet onjuist is en de gehanteerde prijs per m³ van €384 niet te hoog is.
De rechtbank wijst het betoog van eiseres af dat de uitspraak op bezwaar gebrekkig is gemotiveerd, omdat de heffingsambtenaar in beroep de kwaliteitscore van een vergelijkingsobject heeft aangepast. Dit is toegestaan en eiseres is niet in haar procesbelangen geschaad. Ook de indexering van verkoopcijfers naar de waardepeildatum is voldoende inzichtelijk gemaakt met behulp van cijfers van de Waarderingskamer.
Eiseres heeft onvoldoende onderbouwing geleverd voor haar lagere waardering en heeft geen gegevens overgelegd die twijfel zaaien over de gehanteerde indexering. De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast heeft voldaan en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €177.000 wordt ongegrond verklaard.