ECLI:NL:RBOBR:2022:2307
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen intrekking loonsanctie wegens re-integratie-inspanningen werkgever
Eiseres, werkzaam als allround hairstyliste, werd ziek door een carpaaltunnelsyndroom en hervatte haar werk gedeeltelijk. Het UWV legde aanvankelijk een loonsanctie op aan de werkgever wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, maar trok deze later in. Eiseres betwistte dit en stelde dat haar klachten door de re-integratie waren verergerd en dat er onvoldoende begeleiding was.
De rechtbank beoordeelde het dossier, waaronder medische rapporten, arbeidsdeskundige adviezen en re-integratierapportages. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (B&B) concludeerde dat het gedeeltelijk werken niet schadelijk was voor de gezondheid van eiseres en de re-integratie in spoor 2 niet belemmerde. De rechtbank vond deze motivering overtuigend en volgde het standpunt van het UWV.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende feiten had aangevoerd om aan te tonen dat de werkgever niet in redelijkheid tot de re-integratie-inspanningen had kunnen komen. De loonsanctie was daarom terecht ingetrokken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de werkneemster wordt ongegrond verklaard en de loonsanctie wordt niet gehandhaafd.