Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
1.
althans een of meer ontuchtige handelingen.
De formele voorvragen.
Bewijs
cardatemet [slachtoffer] was op 26 mei 2019 en ik heb toen seksuele handelingen met haar verricht. In de afspraken daarna heb ik één keer seks gehad met [slachtoffer] , waarbij de seksuele handeling bestond uit vaginale penetratie. Ook heb ik haar bij andere afspraken gevingerd en heeft zij mij gepijpt. De tweede en derde seksdate heeft plaatsgevonden in ruil voor cadeaus. Ik heb [slachtoffer] betaald met cadeaus voor het verrichten van seksuele handelingen. Nadat ik haar op 1 juli 2019 naar een klant heb gebracht, heb ik geen seks meer met haar gehad.
[de rechtbank begrijpt: vaginale penetratie]met verdachte, dat zij hem heeft gepijpt en dat hij haar heeft gevingerd. Verdachte noemde zichzelf een sugardaddy en gaf haar cadeaus in plaats van geld.
oogmerkvan uitbuiting.
oogmerkvan uitbuiting. Zij spreekt de verdachte daarom (partieel) vrij van het onder het eerste gedachtestreepje ten laste gelegde.