ECLI:NL:RBOBR:2021:6608
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingskamer over niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens misbruik van recht
Verzoeker diende op 6 december 2021 een wrakingsverzoek in tegen een kantonrechter, dat door de wrakingskamer op 7 december 2021 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens misbruik van recht. Dit volgde op een eerdere beslissing van 11 juni 2020 waarbij verzoeker al was gewaarschuwd dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling zou worden genomen.
Op 8 december 2021 diende verzoeker vervolgens een wrakingsverzoek in tegen de wrakingskamer zelf, die de eerdere beslissing had genomen. De wrakingskamer heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant en het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018.
De wrakingskamer oordeelt dat het verzoek evident misbruik van recht betreft door opeenstapeling van wrakingsverzoeken en laat het verzoek buiten behandeling zonder het aan een andere wrakingskamer voor te leggen. Tevens wordt bepaald dat niet zal worden gereageerd op verdere vragen of opmerkingen van verzoeker over deze beslissingen.
De beslissing is genomen door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant op 16 december 2021 en bevestigt de toepassing van het wrakingsprotocol en de jurisprudentie ter voorkoming van onnodige vertraging in procedures.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt buiten behandeling gelaten wegens misbruik van recht.