ECLI:NL:RBOBR:2021:5997
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde kinderdagopvang en toepassing Taxatiewijzer Onderwijs 2019
Eiseres, eigenaar van een kinderdagopvang, betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van haar onroerende zaak per peildatum 1 januari 2019, gesteld op €466.000. Zij vordert een lagere waarde van €335.000, onderbouwd met een taxatierapport dat een ander archetype uit de Taxatiewijzer Onderwijs 2019 hanteert.
Verweerder handhaaft de waarde, gebaseerd op de archetypen O184PL12 en O185PL12 uit dezelfde Taxatiewijzer, en maakt aannemelijk dat de toegepaste correcties voor technische veroudering en restwaarden juist zijn. Het geschil spitst zich toe op de waardering van de grond, de toepassing van technische levensduren en de restwaarden van de dagverblijven.
De rechtbank oordeelt dat partijen het eens zijn over het gebruik van de Taxatiewijzer als waarderingsrichtlijn. Eiseres heeft onvoldoende feiten gesteld en onderbouwd om af te wijken van de richtsnoeren, met name ten aanzien van de restwaarden. De rechtbank volgt verweerder in de waardering van de gebouwgebonden grond inclusief de fietsenstalling en acht de toegepaste technische levensduurverlengingen en restwaarden aannemelijk.
Gelet hierop is het beroep van eiseres ongegrond en wordt de vastgestelde WOZ-waarde van €466.000 gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €466.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde gehandhaafd.