Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
4.De beoordeling
5.De beslissing
- verklaart het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond;
- bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoeker, verdachte in een strafzaak wegens belediging van een ambtenaar, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die zijn zaak behandelt. Dit verzoek volgde op eerdere afwijzingen van getuigenverzoeken en het niet reageren van de rechter op een verzoek tot verschoning.
De rechtbank overweegt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat wraking alleen kan worden toegewezen bij uitzonderlijke omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Beslissingen over getuigenverzoeken kunnen niet als grond voor wraking dienen, tenzij sprake is van blijk van vooringenomenheid, wat hier niet het geval is.
De rechtbank concludeert dat verzoeker het wrakingsinstrument heeft misbruikt om onvrede over rechterlijke beslissingen te uiten. Het wrakingsverzoek wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en een volgend wrakingsverzoek in deze zaak zal niet in behandeling worden genomen.
Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt kennelijk ongegrond verklaard en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik.