Eiseres, een uitvaartonderneming, verzocht het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot handhavend op te treden tegen het gebruik van een ruimte door een derde-partij als mortuarium op een perceel met bestemming 'centrum'. Verweerder kwalificeerde het gebruik als familiekamer, een maatschappelijke voorziening, en wees handhaving af. De rechtbank stelt vast dat het gebruik van de ruimte voor het opbaren van overledenen, ook al betreft het slechts één overledene tegelijk, kwalificeert als mortuarium. Dit gebruik is niet toegestaan op het perceel omdat het bestemmingsplan mortuaria alleen op aangewezen locaties toestaat.
De rechtbank baseert zich op de planregels en eerdere jurisprudentie en benadrukt dat het regelmatig opbaren van overledenen een andere ruimtelijke uitstraling heeft dan incidenteel opbaren in een woning. Het ontbreken van een koelcel doet hier niet aan af. Het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.