Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 5 oktober 2020 met 19 producties
- de conclusie van antwoord van 29 oktober 2020 tevens eis in reconventie met 19 producties
- de brief van mr. Kreeftenberg van 30 oktober 2020 met producties 20 tot en met 23
- de brief van mr. Van den Anker van 30 oktober 2020 met de ontbrekende productie 3, alsmede openstaande facturen bij productie 12
- de mondelinge behandeling via een skype verbinding op 2 november 2020
- de pleitnota van de vrouw.
2.De feiten
- de eigendom van de voormalige echtelijke woning aan de [adres] te [woonplaats] wordt toegescheiden aan de man, uitgaande van een waarde van € 510.000,- en onder de verplichting om de hypothecaire schuld voor zijn rekening te nemen en de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid te doen ontslaan. De overdracht van de woning vindt plaats uiterlijk binnen zes maanden na inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand, tenzij partijen schriftelijk een latere datum overeenkomen. Indien blijkt dat de man niet binnen de genoemde termijn in staat is de woning over te nemen, zal de woning worden verkocht. Op dat moment zullen partijen in overleg treden om in onderling overleg afspraken te maken over de verkoop van de woning,
- de vrouw wordt gedurende 6 maanden na ondertekening van het convenant in de gelegenheid gesteld vervangende huisvesting te vinden en mag tot dat moment - met uitsluiting van de man - in de woning blijven,
- indien de vrouw er niet in slaagt binnen 6 maanden vervangende huisvesting te vinden maar daartoe wel aantoonbare inspanningen heeft verricht dan zullen partijen de termijn verlengen,
- nadat de vrouw die vervangende woonruimte in gebruik heeft genomen heeft de man het recht het gebruik van de echtelijke woning voort te zetten,