Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
Inzet van het peilbaken en gedane observaties door [bedrijf 1] .
.
De inzet van dit middel is beperkt tot bedrijfsvoertuigen en privé-voertuigen die bedrijfsmatig gebruikt worden door de onderzochte persoonen is verder beperkt tot die tijden die relevant zijn voor de onderzoeksopdracht. Het aanbrengen van een technisch hulpmiddel in iemands persoonlijke eigendommen zodat op elk moment een exact en volledig inzicht wordt verkregen van de plaatsen waar de geobserveerde is of is geweest, maakt een te grote inbreuk op de privacy en vindt doorgaans geen rechtvaardiging in de aard van de opdracht. (…)”
mijn(cursivering rechtbank) auto gevonden”. Na de inbeslagname van de auto op 29 juni 2018, geeft verdachte (via WhatsApp) instructies aan zijn zus – die van basale gegevens van de auto, zoals kenteken, type en aanschafdatum niet op de hoogte is – wat zij daarover tegen de politie moet zeggen. Verder verklaart [getuige 1] , de ex-vriendin van verdachte waarmee hij (in ieder geval ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten) een goed contact had, dat verdachte niemand anders in zijn auto laat rijden en dat hij de enige gebruiker is. Ook zijn door de politie in de auto de identiteitspapieren van verdachte en andere persoonlijke bezittingen van verdachte aangetroffen.
De brandstichting van de auto van [benadeelde] op 6 mei 2018.
Schakelbewijs.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en maatregelen.
De vorderingen van de benadeelde partijen.
- materiële schade ter hoogte van € 1.006,51, bestaande uit het eigen risico zorgverzekering (€ 195,27), reiskosten in verband met de strafzaak (€ 218,40), reiskosten naar haar psycholoog (€ 60,84) en kosten van getroffen beveiligingsmaatregelen (€ 532),
- immateriële schade ter hoogte van € 2.000,00 als gevolg van de aanhoudende belaging door verdachte en
- proceskosten ter hoogte van € 922,00.
- materiële schade ter hoogte van € 6.379,24, bestaande uit de aanschaf en plaatsing van rolluiken (€ 3.655,89), het beveiliging van zijn woning (€ 2.604,69) en reiskosten in verband met de strafzaak (€ 118,66),
- immateriële schade ter hoogte van € 3.750,00 als gevolg van de dreiging die uitgaat van de door verdachte gestichte branden en
- proceskosten ter hoogte van € 1.086,00.
- materiële schade ter hoogte van € 5.327,20, bestaande uit misgelopen huurinkomsten van de verhuur van hun pand aan [bedrijf 2] (€ 5.227,20) en eigen risico opstalverzekering (€ 100),
- immateriële schade ter hoogte van € 4.000,00 als gevolg van de dreiging die uitgaat van de door verdachte gestichte brand in hun pand en
- proceskosten ter hoogte van € 922,00.
- materiële schade ter hoogte van € 34.699,09, bestaande uit het eigen risico inboedelverzekering (€ 1.000,00), het resterend schadebedrag van de inventaris (€ 813,61), het resterend schadebedrag van de goederenvoorraad (€ 27.640,17), het resterend schadebedrag van het huurdersbelang (€ 130,79), het resterend schadebedrag van de extra verzekeringskosten (€ 1.507,14), beveiligingsmaatregelen voor het nieuwe pand (€ 3.600,88) en reiskosten in verband met de strafzaak (€ 6,50) en
- proceskosten ter hoogte van € 1.086,00 (o.g.v. het toepasselijke liquidatietarief).
Beslag.De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met behulp van welke de feiten zijn begaan of voorbereid en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorden.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK.
De rechtbank:
T.a.v. feit 1:opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.T.a.v. feit 2 primair:opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.T.a.v. feit 3:belaging.verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt verdachte de volgende straf en maatregelen op.
gevangenisstrafvoor de duur van
5 jaarmet aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
maatregel strekkende tot de beperking van de vrijheid, inhoudende dat veroordeelde voor de duur van 5 jaren:
maatregel strekkende tot de beperking van de vrijheid, inhoudende dat veroordeelde voor de duur van 5 jaren:
- op of in de directe nabijheid van de woning van [slachtoffer] , thans [adres slachtoffer] en
- op of in de directe nabijheid van de woning van [benadeelde] , thans [adres benadeelde] en
- op of in de directe nabijheid van het pand [locatie 1]
maatregel van schadevergoedingvan € 34.699,09 subsidiair 192 dagen hechtenis.
- legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [bedrijf 2] , van een bedrag van € 34.699,09 (zegge: vierendertigduizend zeshonderd en negenennegentig euro en negen eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 208 dagen hechtenis. Het bedrag betreft materiële schadevergoeding. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op,
- vermeerdert het totale bedrag met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (29 juni 2018) tot aan de dag der algehele voldoening.
maatregel van schadevergoedingvan € 7.327,20 subsidiair 66 dagen hechtenis.
- legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de slachttoffers [vader van benadeelde] en [moeder van benadeelde] van een bedrag van éénmalig in totaal € 7.327,20 (zegge: zevenduizend driehonderd en zevenentwintig euro en twintig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 71 dagen hechtenis. Het bedrag betreft een vergoeding van € 2.000,00 voor immateriële schade en een vergoeding van € 5.327,20 voor materiële schade. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op,
- vermeerdert het totale bedrag met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (29 juni 2018) tot aan de dag der algehele voldoening.
maatregel van schadevergoedingvan € 8.379,24 subsidiair 70 dagen hechtenis.
- legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde] van een bedrag van € 8.379,24 (zegge: achtduizend driehonderd en negenenzeventig euro en vierentwintig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 76 dagen hechtenis. Het bedrag betreft een vergoeding van € 2.000,00 voor immateriële schade en een vergoeding van € 6.379,24 voor materiële schade. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op,
- vermeerdert het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (6 mei 2018) tot aan de dag der algehele voldoening.
maatregel van schadevergoedingvan € 3.006,51 subsidiair 37 dagen hechtenis.
- legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] van een bedrag van € 3.006,51 (zegge: drieduizend en zes euro en éénenvijftig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen hechtenis. Het bedrag betreft een vergoeding van € 1.006,51 voor materiële schade en een vergoeding van € 2.000,00 voor immateriële schade. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op,
- vermeerdert het totale bedrag met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (26 februari 2018) tot aan de dag der algehele voldoening.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 2] :
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij, [bedrijf 2] , van een bedrag van € 34.699,09 (zegge: vierendertigduizend zeshonderd en negenennegentig euro en negen eurocent). Het bedrag betreft materiële schadevergoeding,
- vermeerdert het totale toegewezen bedrag met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (29 juni 2018) tot aan de dag der algehele voldoening,
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 1.086,00 (zegge: duizend en zesentachtig euro),
- veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten,
- bepaalt dat indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [vader van benadeelde] en [moeder van benadeelde] , van een bedrag van éénmalig in totaal € 7.327,20 (zegge: zevenduizend driehonderd en zevenentwintig euro en twintig eurocent). Het bedrag betreft een vergoeding van € 2.000,00 voor immateriële schade en een vergoeding van € 5.327,20 voor materiële schade,
- vermeerdert het totale toegewezen bedrag met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (29 juni 2018) tot aan de dag der algehele voldoening,
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op € 420,00 (zegge: vierhonderd en twintig euro),
- veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten,
- bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is,
- bepaalt dat indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] :
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] van een bedrag van € 8.379,24 (zegge: achtduizend driehonderd en negenenzeventig euro en vierentwintig eurocent). Het bedrag betreft een vergoeding van € 2.000,00 voor immateriële schade en een vergoeding van € 6.379,24 voor materiële schade,
- vermeerdert het totale bedrag met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (6 mei 2018) tot aan de dag der algehele voldoening,
- veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten,
- bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is,
- bepaalt dat indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] , van een bedrag van € 3.006,51 (zegge: drieduizend en zes euro en éénenvijftig eurocent). Het bedrag betreft een vergoeding van € 1.006,51 voor materiële schade en een vergoeding van € 2.000,00 voor immateriële schade,
- vermeerdert het totale bedrag met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (26 februari 2018) tot aan de dag der algehele voldoening,
- veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten,
- bepaalt dat indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.