Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 15 februari 2018 in de zaken tussen
[belanghebbende] ,(voorheen) [naam] ., te [vestigingsplaats] (vergunninghoudster)
Rechtbank Oost-Brabant
De zaak betreft een geschil over de omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een mestverwerkingsinstallatie in Asten tot een capaciteit van 80.000 ton per jaar. In een eerdere tussenuitspraak oordeelde de rechtbank dat gedeputeerde staten (GS) feitelijk een bouwperceel groter dan 1,5 hectare hadden vergund, wat in strijd is met de Verordening ruimte 2014 (VR2014). GS kreeg toen de gelegenheid dit gebrek te herstellen.
In het herstelbesluit heeft GS de vorm van het bouwblok aangepast, maar dit mocht niet leiden tot wijziging van het bouwblok zoals dat in het bestemmingsplan is vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat door de verschuiving van het bouwperceel buiten het bestaande planologische bouwvlak feitelijk een bouwperceel ontstaat dat groter is dan 1,5 hectare, wat strijdig is met de provinciale verordening.
De rechtbank wijst erop dat de suggestie om ontheffing te verlenen van de VR2014 al in de tussenuitspraak was opgenomen, maar GS heeft hier niet op ingegaan. Daarom worden het bestreden besluit, het herstelbesluit en de daarop gerichte beroepen gegrond verklaard en vernietigd. GS wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij afdeling 3.4 van de Awb buiten toepassing blijft.
Daarnaast worden de proceskosten aan GS opgelegd en worden de griffierechten aan eisers vergoed. De rechtbank benadrukt dat de herkomst van mest voldoende is geborgd en dat het voorschrift dat alleen mest uit Noord-Brabant mag worden verwerkt, duidelijk en handhaafbaar is.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de omgevingsvergunningen wegens strijd met de provinciale verordening en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen.