Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 december 2018 in de zaak tussen
[bedrijf] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Uden, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- planologisch strijdig gebruik (binnenplans) € 300,00
- planologisch strijdig gebruik (buitenplans)
Officiëlebekendmakingen.nl, faalt de primaire beroepsgrond. Dit brengt mee dat de bouwkosten dienen te worden berekend aan de hand van de ROEB-lijst, tenzij het bouwwerk naar zijn aard redelijkerwijs niet kan worden geacht te zijn opgenomen in de ROEB-lijst. Met wat verweerder heeft aangevoerd heeft hij aannemelijk gemaakt dat hij niet heeft hoeven concluderen dat het bouwwerk naar zijn aard redelijkerwijs niet kan worden geacht te zijn opgenomen onder de in de ROEB-lijst vermelde typen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiseres een omgevingsvergunning heeft aangevraagd voor het bouwen van een opslagloods met kantoor en showroom ten behoeve van haar bedrijf (door eiseres in de aanvraag geduid als ‘industriefunctie’). Gelet hierop zijn de bouwkosten volgens artikel 2.1.1.2, onder a, van de Tarieventabel 2017, terecht bepaald aan de hand van de in de ROEB-lijst vermelde tarieven en zijn in dit geval de UAV 2012 en de NEN-norm 2699 niet van toepassing. In het midden kan daarom blijven of het normblad NEN 2699 en de UAV 2012 op juiste wijze bekend zijn gemaakt. Zie bijvoorbeeld de uitspraken gerechtshof Amsterdam en gerechtshof ’s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHAMS:2018:1360 en ECLI:NL:GSHE:2018:1137. Ook de subsidiaire beroepsgrond faalt dus.