ECLI:NL:RBOBR:2018:4778
Rechtbank Oost-Brabant
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beslaglegging op werkgever ex-echtgenote bij gemeenschapsschuld na echtscheiding
Verzoekster, T.O.M. B.V., verzocht verlof tot het leggen van conservatoir beslag onder de werkgevers van haar voormalige echtgenoten ter verhaal van een vordering uit onrechtmatige daad. De vordering betreft verduisterde gelden door de man tijdens het huwelijk, erkend door hem.
De rechtbank stelde vast dat de schuld is ontstaan tijdens het huwelijk in algehele gemeenschap van goederen en derhalve een gemeenschapsschuld betreft. Jurisprudentie vereist nader onderzoek om een schuld als hoogstpersoonlijk en buiten de gemeenschap vallend te kwalificeren, wat in deze procedure niet mogelijk was.
De voorzieningenrechter verleende verlof tot beslaglegging onder de werkgever van de man, maar wees het verzoek tot beslag onder de werkgever van de vrouw af op grond van artikel 1:102 BW Pro. De vrouw is niet hoofdelijk aansprakelijk voor de gemeenschapsschuld via haar privévermogen, waaronder haar loonbetalingen.
De beschikking bevestigt dat verhaal op de vrouw alleen mogelijk is via haar aandeel in de gemeenschap of privévermogen na verdeling, niet via haar periodieke loonbetalingen.
Uitkomst: Verzoek tot beslaglegging onder werkgever ex-echtgenote wordt afgewezen; verlof verleend voor beslag onder werkgever ex-echtgenoot.