ECLI:NL:RBOBR:2018:471
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Dworakowski - Kelders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken bewijs identiteit en nationaliteit
Eiseres, die op 12-jarige leeftijd met haar gezin naar Nederland kwam, verzocht om naturalisatie. Haar ouders hadden asiel aangevraagd met de stelling dat zij etnische Armenen uit Azerbeidzjan waren, maar dit werd afgewezen vanwege een taalanalyse die de identiteit en nationaliteit ongeloofwaardig achtte. De Basisregistratie Personen vermeldt de Azerbeidzjaanse nationaliteit van eiseres, maar dit is gebaseerd op een verklaring van haar ouders zonder brondocument.
Verweerder wees het naturalisatieverzoek af omdat eiseres geen gelegaliseerde geboorteakte of geldig paspoort kon overleggen en omdat zij niet onder het vrijstellingsbeleid valt dat etnische Armenen uit Azerbeidzjan vrijstelt van deze verplichting. Eiseres betoogde dat het vrijstellingsbeleid op haar van toepassing is en dat de BRP-registratie voldoende bewijs is.
De rechtbank oordeelde dat de identiteit van de verzoeker in naturalisatieprocedures zorgvuldig moet worden vastgesteld en dat verweerder bevoegd is om bewijs te verlangen. De eerdere asielprocedure bevestigde dat eiseres niet als etnisch Armeense uit Azerbeidzjan kan worden beschouwd. De BRP-registratie, gebaseerd op een verklaring van de ouders, is onvoldoende bewijs. Omdat eiseres niet aan de voorwaarden voldoet, is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek is ongegrond verklaard wegens ontbreken van bewijs van identiteit en nationaliteit.