ECLI:NL:RBOBR:2018:3070
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs productie amfetamine
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte vrijgesproken van het medeplegen van het bereiden, bewerken en verwerken van amfetamine en van het treffen van voorbereidingshandelingen tot het vervaardigen van amfetamine en/of MDMA. De tenlastelegging betrof activiteiten in de periode van 1 mei tot en met 10 juni 2017 in een loods te [plaats].
Hoewel er diverse belastende feiten en omstandigheden waren, zoals observaties van medeverdachten, aanwezigheid van voertuigen nabij verdachte, telefoonlocaties en aangetroffen goederen gerelateerd aan het productieproces, vond de rechtbank deze aanwijzingen onvoldoende om boven redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte betrokken was bij het drugslab. Ook de telefoongesprekken en de aanwezigheid van verdachte in de nabijheid van het lab konden niet overtuigend worden gekoppeld aan strafbare feiten.
De verdediging stelde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was en dat verdachte vrijgesproken moest worden. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde de tenlastelegging niet bewezen. De voorlopige hechtenis werd opgeheven. Hiermee werd de verdachte volledig vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij productie amfetamine.