De zaak betreft een civiele procedure tussen eiser, voormalig titulair directeur van Datelnet Conversie, en meerdere gedaagden waaronder Bruscom, Datelnet Groep, Deloitte Forensic en anderen. Eiser vordert schadevergoeding wegens onrechtmatig ontslag en onrechtmatig handelen, onder meer vanwege een rapport van Deloitte Forensic dat hem beschuldigde van malversaties.
De rechtbank analyseert uitgebreid de feiten rondom de omzetrapportages via PAS-formulieren, de rol van Bruscom en Deloitte Forensic, en de diverse procedures die tussen partijen zijn gevoerd sinds het ontslag in 2000. Centrale vraag is of de vorderingen verjaard zijn, waarbij de rechtbank oordeelt dat eiser al vóór november 2006 bekend was met de schade en de aansprakelijke personen.
De rechtbank verwerpt het beroep op stuiting door brieven in 2011 voor zover de verjaring al was ingetreden. Ook een beroep op redelijkheid en billijkheid om verjaring te voorkomen wordt afgewezen. Wel wordt de zaak aangehouden om eiser in de gelegenheid te stellen bewijs te leveren dat de concernleiding van Datelnet wetenschap had van de onjuiste omzetrapportage en om te bepalen welk deel van de schade betrekking heeft op onrechtmatig handelen na november 2006. De beslissing over Deloitte Forensic wordt aangehouden totdat ook over de andere gedaagden een eindvonnis kan worden gewezen.