ECLI:NL:RBOBR:2016:4605
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij weigering exploitatievergunning
Verzoekster heeft een exploitatievergunning voor haar horecabedrijf aangevraagd, welke door verweerder is geweigerd op basis van een negatief Bibob-advies dat wijst op een ernstig gevaar dat de vergunning kan worden gebruikt voor strafbare feiten. Verzoekster stelde dat de lange behandelingsduur en het dreigend verlies van omzet en imagoschade spoedeisend belang opleveren voor een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een financieel belang op zichzelf onvoldoende is om spoedeisend belang aan te nemen, tenzij aannemelijk is gemaakt dat een financiële noodsituatie dreigt. Verzoekster heeft dit niet met objectief verifieerbare stukken onderbouwd. Tevens is niet gebleken dat handhavend zal worden opgetreden zolang verzoekster niet meer dan 20% van het verkoopoppervlak als lunchroom gebruikt.
De voorzieningenrechter stelt dat het verzoek niet bedoeld is om de hoofdzaak te bespoedigen door middel van een voorlopige voorziening zonder spoedeisend belang. Ook is niet gebleken dat het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.