Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
31 mei 2016
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor mensenhandel met een minderjarige, omdat hij haar meermalen heeft vervoerd naar klanten voor prostitutiewerk. Verdachte bracht het slachtoffer, die toen 17 jaar was, met zijn auto naar verschillende klanten en wachtte op haar tijdens de afspraken. Hij bewaarde ook haar persoonlijke eigendommen en benodigdheden voor haar werk in zijn auto.
De rechtbank oordeelde dat het vervoeren van het slachtoffer voldoende is om te spreken van het 'brengen tot' prostitutie, ook zonder gebruik van dwangmiddelen, vanwege de bijzondere bescherming van minderjarigen in de wet. De verdediging voerde aan dat enkel vervoer onvoldoende bewijs is voor het 'ertoe brengen', maar dit werd verworpen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het opmaken of plaatsen van advertenties, omdat hiervoor onvoldoende bewijs was. De strafmaat werd vastgesteld op 4 maanden gevangenisstraf, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, lager dan de eis van de officier van justitie. Er werden geen bijzondere voorwaarden opgelegd. De voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, wegens mensenhandel met een minderjarige prostituee.