De zaak betreft een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eersel aan de huurder van een hotelpand, waarin hij werd bevolen aangebouwde bijgebouwen zonder omgevingsvergunning te verwijderen. De voorzieningenrechter beoordeelde het besluit van 16 oktober 2015, waarbij een dwangsom van €20.000 per week werd gesteld bij niet-naleving.
Uit feiten en stukken blijkt dat de huurder sinds 2000 het pand huurt van Bavaria Vastgoed B.V. en zelf de gewraakte bijgebouwen na 2000 heeft laten bouwen zonder vergunning. Er loopt een civiele procedure tussen huurder en eigenaar over ontbinding van de huurovereenkomst en herstel van het pand in oorspronkelijke staat. De voorzieningenrechter acht het onzeker of de huurder zelfstandig kan voldoen aan de last, omdat afbraak instemming van de eigenaar vereist.
Gezien deze onzekerheid en het lopende civiele geschil schorst de voorzieningenrechter het bestreden besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt bepaald dat de bijgebouwen niet als hotelkamers mogen worden verhuurd maar alleen mogen dienen voor opslag en als was- en bijkeuken. Verweerder wordt opgedragen het griffierecht aan verzoeker te vergoeden. Er is geen acute noodzaak tot onmiddellijke uitvoering van het besluit.