ECLI:NL:RBAMS:2019:365
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor illegale hotelkamers
De gemeente Amsterdam heeft aan verzoeker een last onder dwangsom opgelegd omdat hij in een monumentaal pand vier hotelkamers op de begane grond heeft gerealiseerd, terwijl de bestemming van die ruimte een winkelbestemming is. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze last, maar dit bezwaar is door de gemeente ongegrond verklaard. Omdat verzoeker niet aan de last heeft voldaan, is de dwangsom verbeurd.
De gemeente heeft vervolgens een nieuwe last onder dwangsom opgelegd met een hogere dwangsom, waarop verzoeker opnieuw bezwaar heeft gemaakt en de voorzieningenrechter heeft verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker stelde dat hij de indeling niet heeft gewijzigd maar alleen gerenoveerd en dat hij een deel van de begane grond als winkel verhuurt, waarmee hij meent aan de bestemming te voldoen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het eerdere besluit onherroepelijk vaststaat en dat de overtreding nog steeds voortduurt omdat de hotelkamers niet zijn verwijderd en de ruimte niet is teruggebracht in de vergunde staat. Er is geen concreet zicht op legalisatie en geen bijzondere omstandigheden die handhaving onredelijk maken. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.