Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 oktober 2015 in de zaak tussen
[persoon 1] , te [woonplaats] ,
de heffingsambtenaar van de gemeente Laarbeek, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Oost-Brabant
De zaak betreft een beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak in de gemeente Laarbeek voor het jaar 2014. Verweerder had de waarde vastgesteld op €1.935.000 en deze waarde werd gehandhaafd bij bezwaar.
Het beroepschrift werd ingediend namens een bedrijf, maar de identiteit van de daadwerkelijke indieners was niet kenbaar vóór het verstrijken van de beroepstermijn op 29 december 2014. De rechtbank stelt vast dat volgens vaste rechtspraak de identiteit van degene namens wie het beroep wordt ingesteld, tijdig kenbaar moet zijn en dat dit niet kan worden hersteld na afloop van de termijn.
Pas op 27 januari 2015 werd door middel van een machtiging duidelijk wie de eigenlijke indieners waren, wat buiten de beroepstermijn viel. Er waren geen bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Oost-Brabant op 19 oktober 2015 en de mogelijkheid tot hoger beroep is vermeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-beschikking wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig kenbaar maken van de identiteit van de indieners binnen de beroepstermijn.