Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 augustus 2014 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
na de dag van beëindiging van een eerdere dienstbetrekking, waaruit de werknemer een WW-uitkering heeft ontvangen. De rechtbank acht deze zinsnede onvoldoende duidelijk voor de beantwoording van de vraag of de feitelijke situatie van eiser onder het toepassingsbereik van dit artikel valt. Daarbij gaat het dan specifiek om de vraag of het aanvaarden van een nieuwe dienstbetrekking tijdens een nog lopende opzegtermijn gelijk te stellen is met de aanvaarding van een nieuwe dienstbetrekking na de dag van beëindiging van een eerdere dienstbetrekking en of er in geval van een uitkering wegens betalingsonmacht moet worden gesproken van een WW-uitkering die wordt ontvangen uit een dienstbetrekking. Voor de beantwoording van die vragen baseert de rechtbank zich op de Nota van Toelichting (NvT) bij het Dagloonbesluit. Daarin is het volgende vermeld: