Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 oktober 2014 in de zaak tussen
[persoon 1] en [persoon 2], te [woonplaats], eisers
de burgemeester van de gemeente Oirschot, verweerder
[bedrijf 1], te [vestigingsplaats],
(gemachtigde mr. C.M.L. Willems-Dekkers).
Procesverloop
[persoon 3] en [persoon 4].
Overwegingen
8 meter bedraagt en de ontvangstruimte een blokhut betreft met zeer beperkte geluidisolatie. Met deze overlast is geen rekening gehouden in het kader van de bestemmingsplanprocedure, omdat nooit beoogd is de blokhut te gebruiken met een volwaardige Dhw-vergunning. De overlast waarmee eisers dreigen te worden geconfronteerd, is nooit onderzocht.
r.o. 2.6.1, ECLI:NL:RVS:2010:BO6657). Het standpunt van eisers dat de weigeringsgrond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder d, van de Dhw zich hier voordoet, omdat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het in artikel 21 van Pro de Dhw gestelde verbod (om bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken, indien redelijkerwijs moet worden vermoed, dat dit tot verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid zal leiden) zal worden overtreden en aldus overlast als onderdeel van de openbare orde een rol in onderhavige beoordeling moet spelen, onderschrijft de rechtbank niet. Overlast als hier aan de orde kan niet op één lijn worden gesteld met verstoring van de openbare orde als bedoeld in artikel 21 van Pro de Dhw. Voor zover eisers menen dat strijdigheid bestaat met het bestemmingsplan, moet worden geoordeeld dat dit evenmin een weigeringsgrond is als bedoeld in artikel 27 van Pro de Dhw (zie de hiervoor aangehaalde uitspraak van 14 juli 2010), zodat het betoog ook in zoverre geen doel treft.
Dhw-vergunning is betrokken, niet in de onmiddellijke nabijheid van de horeca-inrichting is gelegen, hetgeen in strijd is met artikel 7 van Pro het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet (Besluit eisen inrichtingen). De toiletten zijn gesitueerd in een ander gebouw achter op het terrein van de inrichting op een afstand van 56 meter. De looproute gaat over een onverhard/half verhard pad en er is geen verlichting aanwezig. Dit brengt volgens eisers het risico met zich dat bezoekers urineren in de heg op de grens van het perceel met de woning van eisers.
(Staatsblad 2000, 438, blz. 8)
3 april 2013 de beperkingen als bedoeld in de beleidsregels Toeristenpoorten aan de vergunning heeft willen verbinden, gaat uit van een onjuiste lezing van die brief en het primaire besluit (Dhw-vergunning). Aan de Dhw-vergunning zijn geen voorschriften verbonden, terwijl de verwijzing in de begeleidende brief naar onder meer de Beleidsregels Toeristenpoorten niet anders kan worden aangemerkt dan als een informatieve mededeling over regels waaraan een Toeristenpoort moet voldoen.