ECLI:NL:RBOBR:2013:CA3488
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting horeca-inrichting wegens drugsverkoop
Verzoekers exploiteren een horeca-inrichting die op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor zes maanden is gesloten vanwege de aanwezigheid en handel in cocaïne. Dit besluit is gebaseerd op een bestuurlijke rapportage waarin onder meer tijdens een politiecontrole snowseals met cocaïne werden aangetroffen en personen werden aangehouden die verklaarden cocaïne in het café te hebben gekocht.
Verzoekers voerden aan dat het besluit onvoldoende feitelijk onderbouwd was, omdat alleen de bestuurlijke rapportage was gebruikt en onderliggende processen-verbaal niet waren opgevraagd. Ook stelden zij dat de sluitingsduur van zes maanden niet proportioneel was en dat geen belangenafweging had plaatsgevonden conform het Horecastappenplan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder op basis van de bestuurlijke rapportage terecht mocht uitgaan van de aanwezigheid en verkoop van harddrugs in de inrichting. Het ontbreken van processen-verbaal deed hieraan niet af. De sluiting voor zes maanden was in lijn met de Beleidsregel bestuurlijke handhaving en proportioneel gelet op de ernst van de overtreding. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de sluiting van de horeca-inrichting wegens drugsverkoop wordt afgewezen.