ECLI:NL:RBNNE:2026:859
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Veroordeling college tot proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening Participatiewet
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Stadskanaal om haar aanvraag voor een uitkering op grond van de Participatiewet af te wijzen. Zij diende een verzoek om voorlopige voorziening in, dat op 28 januari 2026 op zitting werd behandeld. Op 18 februari 2026 trok verzoekster dit verzoek in nadat het college op 10 februari 2026 had besloten alsnog een uitkering toe te kennen.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek van verzoekster om het college te veroordelen in de proceskosten. Volgens artikel 8:75a van de Awb kan een bestuursorgaan bij intrekking van een voorlopige voorziening worden veroordeeld in de proceskosten indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan het verzoek. Het college had dit gedaan door de uitkering toe te kennen.
Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering op deze regel rechtvaardigden. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenveroordeling toe en legde het college een vergoeding van €1.868,- op, gebaseerd op de door de gemachtigde verrichte proceshandelingen. Daarnaast wees de voorzieningenrechter erop dat het college het betaalde griffierecht van €53,- kan vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.H. de Groot op 18 maart 2026.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €1.868,- aan proceskosten aan verzoekster na intrekking van haar voorlopige voorziening.