Uitspraak
[adres 1]
[adres 2]
€ 25.000
0,05702 %
€ 14,25
Flinke investeringen nodig
De meeste inwoners en bedrijven in Friesland zijn volgend jaar aanzienlijk meer kwijt aan het waterschap. Dat komt volgens Wetterskip Fryslân door de complexere wateropgaven. De uitgaven stijgen hierdoor in een jaar tijd van 176 miljoen naar 203 miljoen euro.
[adres 1]
[adres 2]
€ 27.000
0,07899 %
€ 21,33
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot deze oordelen komt en welke gevolgen deze oordelen hebben.
- 20,0 % aan de ingezetenen;
- 19,1 % aan de zakelijk gerechtigden van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen
- 0,3 % aan de zakelijk gerechtigden van natuurterreinen;
- 60,6 % aan de zakelijk gerechtigden van gebouwde onroerende zaken.
“
Algemeen
3.Toedelen van kosten aan de categorieën ingezetenen
De eerste stap in het toedelingsproces is de toedeling van kosten aan de categorie ingezetenen. Dit gebeurt aan de hand van de gemiddelde inwonerdichtheid per vierkante kilometer in het gebied van het waterschap. De toedeling is als volgt:
- bij een gemiddeld aantal inwoners van 500 of minder, bedraagt het toedelingspercentage minimaal 20% en maximaal 30%;
- bij een gemiddeld aantal inwoners van meer dan 500 maar niet meer dan 1000, bedraagt het toedelingspercentage minimaal 31% en maximaal 40%;
- bij een gemiddeld aantal inwoners van meer dan 1000, bedraagt het toedelingspercentage minimaal 41% en maximaal 50%.
4.Toedelen van de resterende kosten aan de specifieke categorieën
Nadat het aandeel van de ingezetenen in de kostentoedeling is bepaald, worden de resterende kosten van de taakuitoefening aan de categorieën ongebouwd niet zijnde natuurterreinen, natuurterreinen en gebouwd toegedeeld. Deze toedeling vindt op basis van het bepaalde in artikel 120, vierde lid, Waterschapswet, plaats uitgaande van de waarde van de onroerende zaken in het economische verkeer. In het Waterschapsbesluit (Stb 2007,497) zijn ov er de waardebepaling nadere regels gesteld. De onderlinge waardeverhouding tussen de categorieën is bepalend voor de kostentoedeling.
lastenverzwaring,gaan daarom voor de aanslag watersysteemheffing ingezetenen niet op. De beroepsgronden van eiser missen dus feitelijke grondslag. Gelet hierop is het beroep tegen de aanslag watersysteemheffing ingezetenen ongegrond.
mr. F. Brekelmans, leden, in aanwezigheid van mr.J.P. Raateland, griffier.