Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens stilstaan met twee wielen op het trottoir nabij een bocht, waarbij niet kon worden vastgesteld dat sprake was van parkeren binnen vijf meter van een bocht. Betrokkene stelde dat een meer specifieke feitcode voor parkeren had moeten worden gebruikt, maar de kantonrechter oordeelde dat de juiste feitcode was toegepast.
De officier van justitie heeft het administratief beroep van betrokkene ongegrond verklaard, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Deze oordeelde dat het beroep inhoudelijk ongegrond was, maar stelde vast dat de officier van justitie de beslistermijn van zestien weken met tien weken had verlengd zonder nadere termijn te verlenen voor het indienen van beroepsgronden, waardoor de beslissing 95 dagen te laat was genomen.
Hierdoor is de officier van justitie een dwangsom verschuldigd aan betrokkene. De kantonrechter stelde de maximale dwangsom van € 1.442,00 vast en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat het beroep alleen gegrond werd verklaard vanwege de dwangsom. De uitspraak werd mondeling gedaan op 30 januari 2026.