ECLI:NL:RBNNE:2026:735
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-woonachtig op opgegeven adres
Eiser ontving een bijstandsuitkering vanaf 30 augustus 2022. Het college trok deze uitkering in en vorderde het ten onrechte ontvangen bedrag terug over de periode van 22 september 2022 tot 1 september 2024, omdat eiser niet op het opgegeven adres woonde.
De toezichthouder voerde onderzoek uit naar het woon- en verblijfadres van eiser, waarbij bleek dat het waterverbruik extreem laag was, wat de vooronderstelling rechtvaardigt dat eiser niet zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres. Eiser voerde tegenargumenten aan over de juistheid van de meterstanden en het elektriciteitsverbruik, maar deze werden door de rechtbank verworpen.
De rechtbank stelde vast dat eiser zijn inlichtingenplicht niet is nagekomen en dat het college daarom terecht het recht op bijstand heeft ingetrokken. Ook was er geen dringende reden om van terugvordering af te zien, mede omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat de terugvordering onaanvaardbare financiële of sociale gevolgen zou hebben.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en hij kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter P.G. Wijtsma op 27 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens niet-woonachtig zijn op het opgegeven adres.