Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2026:717

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
11584204 CV EXPL 25-1213
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 BWArt. 7:18a lid 2 BWArt. 6:265 BWArt. 6:271 BWArt. 6:74 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding koopovereenkomst paard wegens kreupelheid en gedeeltelijke schadevergoeding

Tussen Garmtsheerd B.V. en Time Stables is een koopovereenkomst gesloten voor het paard Elias, dat zonder keuring werd verkocht. Na aflevering bleek Elias kreupel te zijn, wat door een dierenarts werd vastgesteld. Garmtsheerd ontbond de koopovereenkomst buitengerechtelijk wegens non-conformiteit.

De rechtbank oordeelde dat het paard op het moment van aflevering niet voldeed aan de overeenkomst omdat het kreupel was, wat een gebrek vormt. De vermoedelijke diagnose straalkanker werd buiten beschouwing gelaten omdat deze betrekking had op andere benen dan waar de kreupelheid was vastgesteld. De koopovereenkomst werd daarom rechtsgeldig ontbonden.

Time Stables werd veroordeeld tot terugbetaling van de koopprijs van €7.500,00 met wettelijke rente vanaf 11 oktober 2024. De vordering tot terugbetaling van het zadel werd afgewezen omdat dit een aparte koopovereenkomst betrof. Daarnaast werd Time Stables veroordeeld tot vergoeding van een deel van de schade, waaronder stalling, onderhoud, dierenartskosten na aankoopkeuring, vervoer en buitengerechtelijke incassokosten. De overige schadeposten werden afgewezen wegens onvoldoende causaal verband.

De proceskosten werden toegewezen aan Garmtsheerd en de veroordelingen werden hoofdelijk uitgesproken. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De koopovereenkomst is ontbonden en Time Stables moet de koopprijs en een deel van de schade vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 11584204 \ CV EXPL 25-1213
Vonnis van 10 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Pensionstalling Garmtsheerd B.V.,
gevestigd te Winschoten,
eisende partij,
hierna te noemen: Garmtsheerd,
gemachtigde: mr. D. Çölkusu,
tegen

1.de vennootschap onder firma Time Stables,

gevestigd te Nieuwe Wetering,
gedaagde sub 1,
2.
[gedaagde sub 2] ,vennoot van gedaagde sub 1,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde sub 2,
3.
[gedaagde sub 3] ,vennoot van gedaagde sub 1,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde sub 3,
hierna samen te noemen: Time Stables,
gemachtigde: mr. M. Bitter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 27 mei 2025;
- de mondelinge behandeling van 23 september 2025, waarbij van de zijde van Garmtsheerd zijn verschenen mevrouw [naam 1] en mr. D. Çölkusu en van de zijde van Time Stables mevrouw [gedaagde sub 2] , mevrouw [naam 2] en mr. M. Bitter. Beide gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen, de zij hebben overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat is besproken.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Tussen Time Stables (verkoper) en Garmtsheerd (koper) is op 25 augustus 2024 een koopovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot het paard Elias. Partijen zijn daarbij een koopprijs overeengekomen van € 7.500,00.
2.2.
In de koopovereenkomst is verder bepaald, voor zover hier van belang, dat het paard verkocht zal worden zonder keuring en dat het de koper vrijstaat om het paard na aankoop te laten keuren.
2.3.
Partijen hebben verder afgesproken dat Time Stables aan Garmtsheerd een zadel voor Elias levert voor een bedrag van € 750,00 en dat Time Stables zorgdraagt voor het vervoer van Elias naar Winschoten. Garmtsheerd heeft de koopprijs, samen met de koopprijs voor het zadel en de kosten voor het vervoer van Elias, op 25 augustus 2024 betaald.
2.4.
Elias is op 27 augustus 2024 aan Garmtsheerd geleverd.
2.5.
Op 30 augustus 2024 heeft de dierenarts ( [dierenarts 1] ) Elias in opdracht van Garmtsheerd gekeurd. De dierenarts heeft tijdens dit onderzoek geconcludeerd dat er sprake is van ‘verhoogd risico’. De dierenarts heeft opgemerkt dat er sprake is van een verdenking beginnend EOTRH (hierna: de gebitsaandoening). In het rapport is verder opgenomen, voor zover hier van belang:
2.6.
Op 30 augustus 2024 heeft Garmtsheerd Time Stables geïnformeerd over de uitkomst van de keuring. Zij heeft daarbij aangegeven dat Elias klinisch is afgekeurd en dat zij wenst te bespreken hoe en wanneer Elias teruggaat naar Time Stables.
2.7.
In reactie hierop heeft Time Stables op 5 september 2024 aangegeven dat Elias is verkocht zonder klinische keuring en dat er daarom geen reden is om Elias terug te nemen.
2.8.
Op 3 oktober 2024 heeft Garmtsheerd aan Time Stables medegedeeld dat zij de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbindt dan wel vernietigt.
2.9.
Op 18 oktober 2024 heeft de dierenarts ( [dierenarts 2] ) Elias onderzocht. In het onderzoeksrapport is aangegeven, voor zover hier van belang:
“(…) bevindingen: Bij aankomst staat het paard er weinig attent bij en is in een matige conditie (BCS 3/9) met matige bespiering. Voorhoeven zijn net bekapt en weer voorzien van een ijzer met zool en siliconen, waar het paard voor het bezoek van de hoefsmid ook op stond. Achter zijn beide hoeven bekapt en zijn beide stralen wat plat met een afwijkende structuur, een zachte en stinkende middelste straalgroeve die zeer pijnlijk is bij aanraking.
diagnose: Waarschijnlijkheidsdiagnose: Straalkanker
advies / therapie: Deze problematiek vereist een lange en intensieve therapie met onder andere chirurgisch ingrijpen. De prognose is in dit soort gevallen altijd gereserveerd.”
2.10.
Op 18 december 2024 heeft de dierenarts Elias laten inslapen.

3.Het geschil

3.1.
Garmtsheerd vordert - samengevat weergegeven - bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
voor recht te verklaren dat de koopovereenkomst is ontbonden, dan wel vernietigd, dan wel dat Time Stables onrechtmatig jegens Garmtsheerd heeft gehandeld, dan wel dat Time Stables zich ten opzichte van Garmtsheerd ongerechtvaardigd heeft verrijkt;
Time Stables hoofdelijk te veroordelen tot het binnen veertien dagen na vonnis te betalen aan Garmtsheerd van:
a. € 7.500,00, vermeerderd met wettelijke handelsrente;
b. € 750,00, vermeerderd met wettelijke handelsrente;
c. schadevergoeding met betrekking tot de gemaakte kosten van onderhoud en verzorging ten behoeve van Elias van € 957,25, vermeerderd met rente;
d. schadevergoeding met betrekking tot de gemaakte kosten voor de hoefsmid en dierenarts ten behoeve van Elias van € 2.246,82 vermeerderd met rente;
e. de buitengerechtelijke incassokosten van € 853,13, vermeerderd met rente;
f. de proceskosten.
3.2.
Time Stables voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Garmtsheerd, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Garmtsheerd in de kosten van deze procedure, vermeerderd met rente.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Elias beantwoordde niet aan de overeenkomst
4.1.
Op grond van artikel 7:17 BW Pro moet een afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. [1] Daarvan is geen sprake als het paard, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper (Time Stables) over het paard heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper (Garmtsheerd) op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten.
4.2.
Tussen partijen is niet in geschil dat Garmtsheerd mocht verwachten dat Elias een lief en betrouwbaar paard zou zijn en dat Elias geschikt zou zijn om dagelijks bereden te worden door de doelgroep van Garmtsheerd, namelijk kinderen en (jong)volwassenen met (gedrags-)problemen. Verder staat vast dat er ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst geen sprake was van stalgebreken en dat Time Stables heeft medegedeeld dat Elias geen pijn of last had van zijn hoeven, zoals blijkt uit de door Time Stables niet weersproken verklaring van mevrouw [naam 3] , zodat Garmtsheerd daarvan uit mocht gaan. Voor zover Garmtsheerd zich op het standpunt stelt dat zij ook de verwachting mocht hebben dat Elias niet afgekeurd zou worden, omdat mevrouw [naam 2] (bedrijfsleider bij Time Stables) die toezegging gedaan zou hebben, is de kantonrechter van oordeel dat dit, gelet op de betwisting daarvan door Time Stables, niet is komen vast te staan.
4.3.
Vervolgens moet worden beoordeeld of het paard op het moment van aflevering (27 augustus 2024) beantwoordde aan de overeenkomst. Op Garmtsheerd rust de stelplicht en bewijslast van haar stellingen dat Elias niet heeft beantwoord aan de overeenkomst en ook dat de door haar gestelde gebreken al bestonden op het moment van aflevering. Omdat er geen sprake is van consumentenkoop, kan zij geen beroep doen op het bewijsvermoeden uit artikel 7:18a lid 2 BW.
4.4.
Garmtsheerd heeft gesteld dat Elias ten tijde van de aflevering niet beantwoordde aan de overeenkomst. Zij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat Elias kreupel was aan de voorbenen (als gevolg van straalkanker) en dat Elias leed aan een beginnende, ernstige gebitsaandoening. Volgens Garmtsheerd leiden de kreupelheid en de gebitsaandoening van Elias er zowel afzonderlijk als gezamenlijk toe dat Elias non-conform is.
4.5.
Time Stables heeft betwist dat Elias als gevolg van de kreupelheid non-conform is, dat Elias leed aan straalkanker en de gebitsaandoening en dat de door Garmtsheerd gestelde gebreken er al waren ten tijde van de aflevering.
4.6.
De kantonrechter overweegt als volgt. Uit het door Garmtsheerd overgelegde rapport van dierenarts [dierenarts 1] van 30 augustus 2024, zoals is opgenomen onder 2.5., kan worden afgeleid dat er bij Elias ten tijde van de keuring sprake was van een bepaalde kreupelheid aan de voorbenen en met name het rechtervoorbeen van Elias. Dit blijkt uit de door de dierenarts uitgevoerde buigproef en uit zijn observaties bij het laten draven van Elias op zowel harde als zachte bodem. Time Stables heeft de bevindingen van de dierenarts op zichzelf genomen niet gemotiveerd betwist. Dit betekent dat vaststaat dat op het moment van de aankoopkeuring, die drie dagen na aflevering heeft plaatsgevonden, sprake was van kreupelheid. Voor de vraag of deze kreupelheid een gebrek oplevert is, anders dan Time Stables heeft aangevoerd, niet relevant dat Garmtsheerd na de aankoopkeuring niet gelijk nader onderzoek (röntgenologisch, klinisch en bloedonderzoek) naar de kreupelheid heeft laten verrichten. Kreupelheid bij een paard is namelijk een gebrek, ook als de oorzaak van die kreupelheid niet bekend is. Garmtsheerd was dan ook niet verplicht om te (laten) onderzoeken wat de oorzaak van de kreupelheid was. [2]
4.7.
Het is vervolgens de vraag of de kreupelheid op het moment van de aflevering al aanwezig was. Volgens Garmtsheerd is dat het geval, omdat uit nader onderzoek, dat zij op 18 oktober 2024 heeft laten verrichten door dierenarts [dierenarts 2] , is gebleken dat Elias waarschijnlijk leed aan straalkanker. Omdat dit een chronische aandoening is, moet volgens Garmtsheerd worden aangenomen dat deze aandoening al langere tijd en dus ook al ten tijde van de aflevering aanwezig was. Daar komt volgens Garmtsheerd bij dat zij voorafgaand aan de koop al vragen had over ‘de korte gang’ van Elias en de ijzers waarop hij stond en dat uit het onderzoeksrapport van dierenarts [dierenarts 1] blijkt dat Elias onder het hoefbeslag een leren zool droeg, die bedoeld was om de impact op zijn gewichten te dempen. Volgens Garmtsheerd wijzen ook deze omstandigheden erop dat de kreupelheid al aanwezig was ten tijde van de aflevering.
4.8.
Time Stables betwist dat Elias leed aan straalkanker. Time Stables heeft daartoe aangevoerd dat het slechts een waarschijnlijkheidsdiagnose is en dat, voor zover wel uitgegaan kan worden van de juistheid van het rapport van de dierenarts en die diagnose, de straalkanker niet aanwezig was ten tijde van de aflevering, omdat de straalkanker dan wel ontdekt was bij de eerste keuring door de dierenarts. Time Stables betwist ook overigens dat Elias ten tijde van de aflevering kreupel was.
4.9.
De kantonrechter is van oordeel dat op basis van alle feiten en omstandigheden is komen vast te staan dat de kreupelheid ten tijde van de aflevering aanwezig was. De kantonrechter laat bij die vaststelling de waarschijnlijkheidsdiagnose straalkanker buiten beschouwing, omdat Time Stables er ter zitting terecht op heeft gewezen dat deze waarschijnlijkheidsdiagnose is gesteld ten aanzien van de voeten van de achterbenen van Elias, terwijl de kreupelheid drie dagen na de aflevering is vastgesteld ten aanzien van de voorbenen van Elias. Ook zonder deze waarschijnlijkheidsdiagnose is echter voldoende komen vast te staan dat de kreupelheid ten tijde van de aflevering (27 augustus 2024) aanwezig was. Daarvoor is redengevend dat de kreupelheid drie dagen na de aflevering is vastgesteld en dat Garmtsheerd onbetwist heeft gesteld dat Elias na de aflevering (en het vervoer van Elias door Time Stables naar de stal van Garmtsheerd) drie dagen in de stal heeft gestaan. In het rapport van dierenarts [dierenarts 1] van 30 augustus 2024 is vervolgens geen melding gemaakt van verwondingen of andere (zichtbare) oorzaken voor de kreupelheid. In dat opzicht gaat de kantonrechter dan ook voorbij aan het (overigens niet nader onderbouwde) standpunt van Time Stables dat de kreupelheid van Elias het gevolg kan zijn geweest van een gebeurtenis die zich tussen de aflevering op 27 augustus 2024 en de aankoopkeuring op 30 augustus 2024 heeft voorgedaan, bijvoorbeeld doordat Elias zich in de stal heeft verwond. Time Stables heeft naar voren gebracht dat er ‘binnen drie dagen veel kan gebeuren’, maar er is, mede gelet op het rapport van dierenarts [dierenarts 1] , geen enkel aanknopingspunt om aan te nemen dat de kreupelheid aan de voorbenen van Elias is ontstaan in de drie dagen tussen de aflevering en de aankoopkeuring.
4.10.
Gelet op het voorgaande is de conclusie dat Elias op het moment van de aflevering kreupel was. Daarmee staat vast dat Elias niet geschikt was om dagelijks bereden te worden, terwijl Garmtsheerd dat wel mocht verwachten. Dit betekent dat Elias vanwege de vastgestelde kreupelheid niet beantwoordde aan de overeenkomst. Gelet op deze conclusie, zal de kantonrechter de gebitsaandoening, die Garmtsheerd tevens aan de non-conformiteit ten grondslag heeft gelegd, verder onbesproken laten.
De koopovereenkomst is rechtsgeldig buitengerechtelijk ontbonden
4.11.
Omdat Elias niet beantwoordde aan de overeenkomst, mocht Garmtsheerd de koopovereenkomst op grond van artikel 6:265 BW Pro ontbinden. Dit heeft Garmtsheerd gedaan op 3 oktober 2024. Daarmee is de koopovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk ontbonden. De kantonrechter zal daarom, zoals Garmtsheerd heeft gevorderd, voor recht verklaren dat de koopovereenkomst is ontbonden. Omdat een verklaring voor recht zich naar haar aard niet leent voor uitvoerbaarverklaring bij voorraad, zal de vordering op dat punt worden afgewezen.
Time Stables moet de koopprijs van Elias terugbetalen
4.12.
De ontbinding van de koopovereenkomst leidt ertoe dat over en weer een verbintenis tot ongedaanmaking van de ontvangen prestaties ontstaat (artikel 6:271 BW Pro). De ongedaanmakingsverbintenis die op Time Stables rust houdt in dat zij de koopprijs terugbetaalt. De kantonrechter zal de vordering van Garmtsheerd tot (terug)betaling van de koopprijs van € 7.500,00 daarom toewijzen. Ten aanzien van de ongedaanmakingsverbintenis die rust op Garmtsheerd, geldt dat teruggave van Elias aan Time Stables niet mogelijk is. Voor de volledigheid merkt de kantonrechter op dat er in het kader van die verbintenis van uitgegaan moet worden dat Elias in de toestand waarin hij verkeerde geen waarde vertegenwoordigde.
4.13.
Voor toewijzing van de gevorderde wettelijke handelsrente uit artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag bestaat geen grondslag. Artikel 6:119a BW heeft namelijk alleen betrekking op de primaire betalingsverplichting uit de handelsovereenkomst en niet op andere geldelijke verplichtingen waartoe zo’n overeenkomst aanleiding kan geven. [3] De vordering is in dit geval gebaseerd op artikel 6:271 BW Pro (een verbintenis tot ongedaanmaking) en daarom geen verbintenis uit een handelsovereenkomst. De kantonrechter zal in plaats van de wettelijke handelsrente, de wettelijke rente uit artikel 6:119 BW Pro toewijzen. Garmtsheerd vordert de rente met ingang van (primair) 25 augustus 2024 of (subsidiair) 11 oktober 2024. De terugbetalingsverplichting van de koopsom ontstaat op het moment dat de koopovereenkomst is ontbonden (in dit geval 3 oktober 2024). Pas vanaf dat moment is Time Stables met de betaling van de koopsom in verzuim. De wettelijke rente over de koopsom wordt daarom toegewezen met ingang van de subsidiair gevorderde datum, namelijk 11 oktober 2024.
4.14.
De kantonrechter begrijpt uit de stellingen van Garmtsheerd dat zij zich op het standpunt stelt dat vanwege de ontbinding van de koopovereenkomst op Time Stables ook de verplichting rust om de koopsom voor het zadel van Elias (van € 750,00) terug te betalen. De kantonrechter stelt in dit verband vast dat in de tussen partijen gesloten koopovereenkomst voor de koop van Elias niet tevens de koop van het zadel is overeengekomen. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat partijen voor het paard en het zadel aparte koopovereenkomsten hebben gesloten. Garmtsheerd heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd die zouden kunnen leiden tot de conclusie dat de voor het zadel gesloten koopovereenkomst ontbonden (of vernietigd) zou moeten worden of dat er anderszins een recht bestaat op vergoeding van dit bedrag. De kantonrechter wijst de vordering tot terugbetaling van de koopsom van het zadel en de nevengevorderde wettelijke handelsrente over de koopsom daarom af.
Time Stables moet een gedeelte van de schade van Garmtsheerd vergoeden
4.15.
Garmtsheerd vordert (aanvullende) schadevergoeding van Time Stables. De kantonrechter stelt voorop dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis de schuldenaar verplicht de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend (artikel 6:74 BW Pro). De gestelde schade dient daarbij in voldoende causaal verband te staan met het tekortschieten van de schuldenaar (Time Stables). Garmtsheerd stelt dat zij schade heeft geleden, die bestaat uit kosten voor stalling, onderhoud en verzorging van Elias, kosten voor onder meer de dierenarts en de hoefsmid en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter zal de schadeposten hierna afzonderlijk bespreken.
Kosten stalling, onderhoud en verzorging
4.16.
Garmtsheerd vordert vergoeding van de kosten voor stalling, onderhoud en verzorging van Elias van in totaal € 957,25, voor de maanden augustus tot en met december 2024. Garmtsheerd heeft ten aanzien van deze kosten gesteld dat deze normaal gesproken op grond van samenwerkingsafspraken voor rekening komen van een derde partij ( [bedrijf 1] B.V.), maar dat [bedrijf 1] B.V. heeft aangegeven dat zij deze kosten niet wil betalen voor een paard dat zij niet kan gebruiken in het kader van de door haar gedreven zorgboerderij. Time Stables heeft deze stelling niet betwist, zodat de kantonrechter daarvan uit zal gaan. Daarmee heeft Garmtsheerd voldoende gesteld dat er sprake is van een causaal verband tussen de gemaakte kosten voor stalling, onderhoud en verzorging en het tekortschieten van Time Stables. Time Stables heeft de hoogte van het door Garmtsheerd gevorderde bedrag niet betwist, zodat de kantonrechter daarvan zal uitgaan en een bedrag van € 957,25 toewijst, samen met de nevengevorderde en niet weersproken wettelijke rente. De wettelijke rente zal met ingang van de gevorderde ingangsdata (zoals nader is toegelicht in de dagvaarding) worden toegewezen. Dit betekent dat de wettelijke rente over de facturen van augustus 2024 tot en met november 2024 (in totaal € 729,75) wordt toegewezen met ingang van 11 december 2024 en de wettelijke rente over de factuur van december 2024
(€ 227,50) met ingang van de datum van de dagvaarding (28 februari 2025).
Kosten dierenarts, hoefsmid, verzorgingsproducten en vervoer
4.17.
Garmtsheerd vordert vergoeding van de kosten voor de dierenarts, de hoefsmid, verzorgingsproducten voor Elias en het vervoer van Elias voor en na de euthanasie.
4.18.
Ten aanzien van de gevorderde kosten van de dierenarts en de hoefsmid, begrijpt de kantonrechter dat deze kosten bestaan uit de gemaakte kosten voor de aankoopkeuring en de (overige) gemaakte kosten voor de dierenarts en de hoefsmid. De gevorderde kosten voor de aankoopkeuring wijst de kantonrechter af, omdat er geen causaal verband is tussen deze kosten en het tekortschieten van Time Stables. De kosten voor de aankoopkeuring had Garmtsheerd namelijk ook gemaakt als Time Stables aan Garmtsheerd een goed paard (zonder gebrek) had verkocht. Dit geldt ook voor de kosten voor de hoefsmid, omdat Garmtsheerd niet heeft toegelicht wat het causaal verband is tussen deze kosten en het gebrek. Voor toewijzing van deze schadevorderingen vanwege een andere grondslag die Garmtsheerd in haar dagvaarding noemt (onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking) heeft Garmtsheerd te weinig gesteld, zodat de vorderingen ook niet op (één van) deze grondslagen kan worden toegewezen.
4.19.
Ten aanzien van de overige gemaakte kosten voor de dierenarts (op 31 oktober 2024, 30 november 2024 en 31 december 2024) is het causaal verband er wel en is ook voldaan aan de overige vereisten om deze kosten voor vergoeding in aanmerking te laten komen. Garmtsheerd heeft de kosten onderbouwd met het overleggen van drie facturen. De hoogte van deze kosten is door Time Stables niet betwist. De kantonrechter wijst daarom de gevorderde bedragen (van € 74,29, € 334,24 en € 367,02) toe.
4.20.
Ten aanzien van de wettelijke rente over de schadebedragen geldt dat de aanspraak daarop pas ontstaat vanaf het moment dat de schade is geleden. Dat is hier het moment waarop Garmtsheerd de kosten aan de dierenarts moest voldoen. De kantonrechter begrijpt uit het petitum en de onderbouwing in de dagvaarding dat Garmtsheerd de wettelijke rente over de factuur van 31 oktober 2024 vordert met ingang van 11 december 2024 en over de facturen van 30 november 2024 en 31 december 2024 vanaf de datum van de dagvaarding. De kantonrechter wijst de wettelijke rente met ingang van deze data als onweersproken toe. Dit betekent dat de wettelijke rente over de schadebedragen € 74,29 en € 334,24 (in totaal
€ 408,53) wordt toegewezen vanaf 11 december 2024 en over het schadebedrag € 367,02 met ingang van de datum van de dagvaarding (28 februari 2025).
4.21.
Garmtsheerd vordert verder vergoeding van de door haar gemaakte kosten voor verzorgingsproducten. Ten aanzien van deze kosten geldt dat Garmtsheerd niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze kosten het gevolg zijn van het gebrek. Het gaat hier om reguliere kosten van verzorging, die verbonden zijn aan het bezit van een paard. Er is daarom geen sprake van een causaal verband. Ten aanzien van de andere grondslagen die Garmtsheerd aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd (onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking), geldt dat Garmtsheerd niet aan haar stelplicht heeft voldaan. De kantonrechter wijst de vordering daarom af.
4.22.
Garmtsheerd vordert ten slotte vergoeding van de door haar gemaakte vervoerskosten. Garmtsheerd heeft toegelicht dat deze kosten bestaan uit de huur van een paardentrailer ten behoeve van het vervoer van Elias naar de euthanasie en de kosten van [bedrijf 2] voor het ophalen van Elias na de euthanasie. Deze kosten komen voor vergoeding in aanmerking. Time Stables heeft de hoogte van de bedragen niet betwist, zodat de kantonrechter daarvan zal uitgaan en het gevorderde bedrag van (€ 24,79 + € 50,68) € 75,47 toewijst. De wettelijke rente over dit bedrag zal als onweersproken worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding (28 februari 2025).
Buitengerechtelijke incassokosten
4.23.
Garmtsheerd vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van
€ 853,13. Garmtsheerd heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen tot ten hoogste het bedrag van de wettelijke staffel zoals vermeld in artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, zijnde een bedrag (op basis van de toegewezen vordering) van € 840,41. De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten is toewijsbaar met ingang van de datum van de dagvaarding (28 februari 2025).
De overige grondslagen kunnen verder onbesproken blijven
4.24.
Gelet op de conclusie dat er sprake is van non-conformiteit, op grond waarvan Garmtsheerd de koopovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden, kunnen de overige grondslagen (wanprestatie, dwaling, onrechtmatige daad en ongerechtvaardigde verrijking) die Garmtsheerd ((meer) subsidiair) ter beoordeling heeft voorgelegd, voor zover nog niet aan de orde geweest, verder onbesproken blijven.
Time Stables moet de proceskosten betalen
4.25.
Time Stables is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de zijde van Garmtsheerd worden op basis van het toegewezen bedrag begroot op:
- kosten van de dagvaarding
125,11
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.667,11
De veroordelingen in dit vonnis worden hoofdelijk uitgesproken
4.26.
De veroordelingen in dit vonnis worden hoofdelijk uitgesproken. Dit betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
verklaart voor recht dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst met betrekking tot Elias is ontbonden,
5.2.
veroordeelt Time Stables hoofdelijk om binnen 14 dagen na vonnis aan Garmtsheerd te betalen:
  • een bedrag van € 7.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 11 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling,
  • een bedrag van € 729,75, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 11 december 2024 tot de dag van volledige betaling,
  • een bedrag van € 227,50, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 28 februari 2025 tot de dag van volledige betaling,
  • een bedrag van € 408,53, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 11 december 2024 tot de dag van volledige betaling,
  • een bedrag van € 367,02, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 28 februari 2025,
  • een bedrag van € 75,47, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 28 februari 2025,
  • een bedrag van € 840,41, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 28 februari 2025,
5.3.
veroordeelt Time Stables hoofdelijk in de proceskosten van € 1.667,11, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Time Stables niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis ten aanzien van de onderdelen 5.2. en 5.3. uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Boerlage-van den Bosch en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 3:2a BW zijn bepalingen met betrekking tot zaken ook op dieren van toepassing.
2.Zie ook Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 oktober 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6561.
3.Hoge Raad 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:596.