ECLI:NL:RBNNE:2026:329
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgevingsvergunning voor tuinkamer wegens strijd met bestemmingsplan en uniformiteitsbeleid
Eiser heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om een tuinkamer aan zijn recreatiewoning te legaliseren, maar het college heeft deze aanvraag afgewezen omdat de tuinkamer buiten het bouwvlak is gebouwd en daarmee in strijd is met het bestemmingsplan en het beleid gericht op het behoud van uniformiteit op het recreatiepark.
De rechtbank oordeelt dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft mogen stellen dat de tuinkamer niet in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal). De rechtbank wijst de beroepsgronden van eiser af, waaronder het betoog dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd en dat er sprake zou zijn van een toezegging op grond van het vertrouwensbeginsel.
Hoewel het college het besluit aanvankelijk onvoldoende heeft gemotiveerd wat betreft de belangenafweging, wordt dit gebrek gepasseerd omdat aannemelijk is dat het besluit ook met een juiste motivering hetzelfde zou zijn geweest. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar het college moet het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden op grond van artikel 6:22 van Pro de Awb.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de omgevingsvergunning voor de tuinkamer wordt ongegrond verklaard en het college hoeft de vergunning niet te verlenen.